Kuch snot rochel

Wel ja.
Het moest er eens van komen, ik vind het niet eens verbazingwekkend.

Toen mijn oudste (je weet wel, Tiago, de toekomstige geneesheer) voor het weekend thuis arriveerde met zijn koffer vol kleren om te wassen, mompelde hij een beetje verdwaasd Ik ben ziek, beste ouders. Koorts en hoesten en niezen enzo. Ik veronderstel “griep”.
Zo jongen, was mijn primaire gedachte. Je eerste diagnose, en meteen bij jezelf.

Vervolgens moest ik een beslissing nemen. Uiteraard heb ik, zoals elk jaar, in het najaar een griepprik gehaald. In theorie kan er dan weinig verkeerd gaan. Maar het was het uitgelezen moment om dat eens uit te proberen. Dus ik moest niet lang nadenken over het volgende dilemma: zet ik meteen een mondmasker op? Of kies ik toch voor de gewone, wekelijkse knuffel ter begroeting?

Het werd dat laatste.

En hier zit ik dus. De hele dag hang ik voor de tv in mijn pyjama, omringd door een paar dozen papieren zakdoekjes. ’s Avonds heb ik dan een paar plastic zakken vol. Nu weet ik het dus. Een griepvirus wordt dankzij het vaccin omgezet in een stevige snotvalling. Het is geweten en bewezen en bekend: een valling is voor een vent voldoende voor een goeie dosis zelfmedelijden.

Morgen zal ik proberen hier naadloos op aan te sluiten en het verhaal te vertellen over De Verpleegsters van Ukkel (de eerste verleidingen als gevolg van de prille roem).

Kortom, ziek zijn is vervelend, maar een goed verhaal laat ik niet liggen.

Twee trotse zoons

Tijdens één van de vorige afleveringen van Tivoli Road, stelde de genaamde Marc Hermans de vraag: “Zeg Ben, jij hebt twee zoons.. Zou je dit durven laten horen aan hen? En zijn die dan trots op jou, omdat je een radio-crimineel was..?”

Wel, zo ver had ik eigenlijk nog nooit gedacht. Een radio-crimineel.. Het klinkt erger dan het eigenlijk was. De aflevering in kwestie ging over de schier ontelbare inbeslagnames van Maeva en de daarbij horende nooduitzendingen waarin ik zelf (ik kan niet anders dan het toegeven) een vrij grote rol speelde. In de bewuste Tivoli Road zitten inderdaad een aantal fragmenten uit die tijd (januari 1982). Je kan horen dat ik nogal… enthousiast wil ik het niet noemen, maar toch vrij gedreven mijn gang kon gaan.

Wacht, voor ik verder ga over die bewuste nooduitzendingen, ga ik het eerst even hebben over mijn twee zoons waar Marc het terecht over had. Tiago en Matias, ik heb hen al eerder genoemd in mijn geschriften. Ze zijn zeer zeker geen vaste luisteraars van onze podcast, zelfs geen losse luisteraars. Ik moet hen bij wijze van spreken met een pistool in de hand dwingen om eens te luisteren. Weet je wat het is? Ze zijn gewoon te jong en we hebben hen te laat op de wereld gezet om goed en wel te beseffen wat zeezenders waren en wat Mi Amigo en Maeva betekend hebben in de geschiedenis van de Vlaamse radio. Ze weten uiteraard wel wat hun papa heeft uitgespookt in die woelige jaren van de strijd om de ether.

Ik herinner me overigens die keer dat Tiago toevallig eens een stukje uit Alles gaat voorbij (jaja, dat boek) las, onder lichte dwang waarschijnlijk. Het eerste wat hij zei, was niet amai vader, gij zijt een echte held (ik had het anders wel fijn gevonden om dat uit zijn mond te horen), maar wel papa, wat is dat, “de ether”?. Maar goed, ik bedoel, het tijdperk van de radio is aan hen voorbijgegaan. Ze spreken zelfs een andere taal.

Voor hen zijn het allang YouTube, influencers en challenges, en allemaal andere dingen die ze gewoon noncha vinden. En Enzo Knol en De Bankzitters? Dàt zijn hun GOATs. De radio? Dat is voor hen echt skeer. Tja, het is wat het is. Als ze dit ooit lezen, zullen ze het hoogstens cringe noemen, totaal geen vibe.

Kortom, er zal heus ooit wel een dag komen dat ze wel degelijk met de nodige trots in hun stem zullen vertellen over de Avonturen van Onze Papa in Radioland, dat weet ik ook wel. Voorlopig is het eerder omgekeerd. Toen Tiago vorige week de resultaten toonde van de eerste examenperiode van zijn bachelor in de geneeskunde, vond ik dat ver van cringe. Grote fokking onderscheiding. Een papa heeft niet veel meer nodig dan dat om van binnen bijna te ontploffen van trots.

Tot zover dit nieuws uit onze familiale nieuwsbrief. Je zal mij deze uitweiding wel vergeven, neem ik aan.

Die nooduitzendingen van Maeva dus. Ze hebben echt wel plaats gevonden, neem het van me aan. Het blijft evenwel raar om die fragmenten terug te horen. Echt waar. Toen Marc en ik de bewuste aflevering aan het opnemen waren in mijn bescheiden landgoed, merkte ik dat ik onbewust mijn ogen sloot en dan ging het interne terugreizen in de tijd bijna vanzelf. Ik voelde zonder moeite de emoties terug die ik toen had gevoeld.

Opwinding. Boosheid. Schrik.

En jawel, ook de wetenschap dat er honderdduizenden aan de andere kant zaten te luisteren naar elk woord dat ik sprak. Zelfs het besef dat ik samen met mijn collega’s geschiedenis schreef. Natuurlijk had ik er toen geen flauw benul van dat ik uitzendingen maakte die decennia later terecht zouden komen in een zogeheten podcast. Maar ik wist heel goed, dat het bijzondere tijden waren waarin ik een rol mocht spelen.

De schrik die ik voelde, kwam overigens vooral voort uit de gedachte dat het Maeva-avontuur wel eens afgelopen zou kunnen zijn.
Alles gaat voorbij, je weet wel.

Lees ook: De lokroep van de ether

Oud en nieuw, 42 jaar geleden

(fragment uit DAAR BIJ MAEVA)

(donderdag 30 december 1982)
(Ben)
Vandaag heb ik een aantal goeie voornemens gemaakt voor het nieuwe jaar.

  1. Stoppen met roken
  2. Een dagboek over Maeva beginnen (zeer onthullend): dit boek.
  3. Iedere dag ten laatste om 23:00 mijn bed in

Vanmorgen werd ik wakker om 05:20.
Arie had een aantal vruchteloze pogingen gedaan.
Patrick belde op, zeer boos, en dreigde met een programmawijziging. Wij nemen dit met een korrel zout.
Marc heeft sedert gisteravond een nieuwe auto, en is nu bij de kapper (eindelijk).
1982 gaat naar zijn einde, maar Maeva duidelijk niet. Er worden weer allerlei activiteiten ontplooid. Om halfacht zullen de programma’s live lopen vanuit de mobiele bus bij het Praathuis.
Marc begint daar. Arie heeft het schijt (van de bus en van de natte zoenen). Booike is erbij vandaag. Patrick was weer goedgezind. Totaal onberekenbaar, die jongen. Denise komt ons straks ophalen, en met die vrolijke noot eindigen we 1982.
Tot in 1983.

Mijn Romantische top 17

Deze afbeelding heeft een leeg alt atribuut; de bestandsnaam is erwinberghmans_2.jpg
Erwin Bergmans, mei 2001 (Zoersel)

Mei 2001 was een bijzondere maand voor radioliefhebbers in Vlaanderen en Nederland. Radio Maeva, het legendarische radiostation en de populairste vrije radio van de jaren ’80, keerde onverwacht terug. Voor één lang weekend kwam de magie van weleer opnieuw tot leven tijdens een reünie op Kabelradio 7. Voor velen was het een nostalgische reis naar betere tijden, een kans om herinneringen op te halen en te genieten van de iconische stemmen en muziek die hen destijds zo dierbaar waren.

Dat weekend markeerde niet enkel een eenmalige reünie, maar ook een echte doorstart. Maeva was terug, en de stemmen van twintig jaar eerder klonken nog steeds even fris en geliefd als destijds.

Voor mij persoonlijk was het een ervaring die ik nooit zal vergeten. Ik werd uitgenodigd om te gast te zijn in De Romantische Top 10, het programma van Erwin Berghmans. Tijdens de uitzending kreeg ik de kans om mijn favoriete romantische nummers te delen, een perfecte gelegenheid om terug te blikken op mijn leven. Mijn tijd bij Maeva, mijn passie voor muziek en radio, en hoe die passies me door de jaren heen hebben gevormd, kwamen allemaal aan bod.

Het werd een uitzending vol herinneringen, emoties en – uiteraard – muziek die rechtstreeks in het hart raakt. Tijdens het samenstellen van mijn lijst bleek al snel dat tien nummers niet volstonden. Gelukkig was Erwin flexibel genoeg om het format aan te passen, en uiteindelijk werd het een Top 17.

Op deze pagina kan je de volledige uitzending herbeleven. Ik mocht zelf de intro verzorgen van Tussen Boek en Plaat, het iconische programma van Erwin, compleet met het karakteristieke geluid van de vogeltjes. Wat volgde, was een aangenaam en openhartig gesprek tussen Erwin en mij. Tot mijn eigen verrassing slaagde hij erin mij helemaal op mijn gemak te laten praten. Zijn vaardigheid om een natuurlijke en oprechte sfeer te creëren waardoor de gast vanzelf opengaat, is een zeldzaam talent dat in het huidige medialandschap helaas vaak ontbreekt. Erwin, mijn complimenten en hoed af!

Mijn Romantische top 17, deel 1
Mijn Romantische top 17, deel 2

(je kan deze posting mèt de links naar het programma ook steeds terugvinden in het menu aan de rechterkant, als je de website op je computer bekijkt)

Drie jongens in een mast

Wie kent ‘m niet?
De foto van die drie jongens, die in een toch wel indrukwekkende zendmast kropen en zich daar lieten fotograferen? Natuurlijk, als ik zeg “wie kent ‘m niet?”, dan heb ik het vooral over het luisterpubliek van de populairste radio uit het Vlaanderen van de vorige eeuw.
Radio Maeva, daar heb ik het dus over. Als je naar de foto kijkt, zie je drie enthousiaste jongens die het wel een goed idee vonden om met z’n drieën in die zendmast te kruipen. De kwaliteit van de foto is zeker niet denderend, maar hij heeft de jaren overleefd. En als je de kwaliteit niet afmeet aan de eisen van de 21ste eeuw, zie je in hun ogen dat ze best wel beseften waar ze mee bezig waren.

MARC HERMANS
Je ziet de bovenste van het trio, de enige van de drie die rechtop staat in de mast. Zijn duim in de lucht, alsof hij decennia voor er sprake was van de devaluatie van de duimpjes wil zeggen tegen de kijker “I like it!“. Marc Hermans is zijn naam, hemd macho-gewijs half open, de borst ontbloot.

ARIE VAN LOON
Links, zittend in de mast, eigenlijk half hangend. Sigaret nonchalant in de mondhoek. De aandachtige kijker ziet dat Arie van Loon (dat is ‘m inderdaad), nog in volle gezondheid verkeert. Op de foto helemaal zoals hij was, den Arie, zijn kleren nog duidelijk de sporen dragend van de schilderwerken in de Witte Villa. Een samenwerkingsproject van Achiel en Arie.

BEN VAN PRAAG
Naast Arie zit de andere 33,33 procent van de Villa-boys, ik dus. Jawel, een foto waar ik trotser op ben dan op de foto van alle disc-jockeys van Maeva op het podium in Wieze. Niet dat ik dààr ook niet trots op ben, vergis je niet. Maar deze, wij met z’n drieën, dat was nog van een ander kaliber, vrienden. Jammer dat de originele foto zoek is geraakt.

WAAR IS DE FOTO?
Volgens Marc en mezelf is hij genomen met de camera die ik had gekocht om mee naar Malta te gaan, een tijdje daarna. En waarschijnlijk heeft Denise, de andere helft van het promotieduo dat ze vormde met Achiel, de foto genomen, onkundig van het feit dat ze op dat ogenblik bezig was met het nemen van een iconische foto.

OP DE ACHTERFLAP
Ik wil nu al even verklappen dat die foto 41 jaar later (nu dus) werd uitgekozen, in voltallige vergadering en met unanimiteit van stemmen door Marc Hermans en Ben van Praag, als zogeheten auteursfoto op de achterflap van het Witte Villa-dagboek, dat in 1983 geschreven werd door de drie jongens die in de zendmast van Maeva poseerden, en dat in 2024 binnen enkele weken zal verschijnen en vrijgegeven wordt voor het grote publiek.

DAAR BIJ MAEVA
We hebben tijdens diezelfde vergadering overigens besloten dat de titel van het boek niét zal zijn “Witte Muren en Blauwe Deuren”, zoals eerst de bedoeling was, maar wel “DAAR BIJ MAEVA“. Een andere titel was eigenlijk niet mogelijk; deze drie woorden moesten het worden. Over iconisch gesproken, niet waar? Blijf vooral deze website volgen voor meer informatie.

Piraten, zakenmannen en een BV

Geert Spiessens (aka Meneer Forest) stuurde mij vandaag een bericht met de bovenstaande scan in bijlage. Nu, ik ken dat artikel heel goed.

Ten eerste, ik heb het al jaren liggen op mijn zolder, waar ik af en toe ga zitten in een bui van opperste heimwee. Dat artikel valt dan meteen op, het is namelijk geen knipsel, het is het complete exemplaar van Zondagnieuws, wat zo’n beetje de voorloper was van Dag Allemaal en de Joepie in één stuk. En daar staat bovenstaand artikel dus in.

Ten tweede, ik herinner me de dag waarop de journalist in kwestie langskwam om een aantal foto’s te trekken en een interview te plegen met Patrick Valain, zijn broer Rudy en Patrick Hendrickx (aka Dubateau).
Willy De Geest was er volgens mij ook bij, maar die werd niet in het interview betrokken. De journalist (en de fotograaf, want die was er ook bij) hadden met Valain afgesproken in het Loereveld in Overmere, het landgoed van Patrick.
Omdat ik toen al (zeker na de allereerste inbeslagnames) een redelijke publiekstrekker was, vond de beheerraad het geen slecht idee om mij naar Overmere te halen en op enkele foto’s te figureren.

Zoals jullie kunnen zien, zit ik een beetje te doen alsof achter een klein mengpaneel in een duidelijk goed geïsoleerde studio. Het was daar, beste vrienden, dat Patrick Valain, honderden promo’s voor de Maeva drive-inshow en even zoveel reclamespots in elkaar sprak en monteerde op ambachtelijke wijze, dus zonder enige hulp van computer en audio-software. Door de microfoon (met oranje plopkapje) zijn indertijd honderden verzoekjes gepasseerd voor kweeniehoeveel afleveringen van de Verzoekbus. Oh ja, ik zat daar alleen maar voor de foto, dat was niet echt een studio in Ukkel of zo.

In de loop der tijd heb ik af en toe brieven gekregen van fans, die elk detail op de foto’s bestudeerden en mij daarover schreven. De brieven werden later e-mails en nog later sms’jes en nog later Messenger-berichtjes en tegenwoordig dus Whatsappkes. Vandaag kreeg ik trouwens nog op Facebook de vraag of het mengpaneel een Stanford was. Voor zover ik weet: jazeker. Eigenlijk zou ik het aan Valain zelf moeten vragen, maar om een of andere duistere reden hoor ik totaal niets meer van de Patrick. Hij wil blijkbaar zelfs geen vriendjes worden op Facebook.
Zou Valain mijn boek gelezen hebben? vraag ik me weleens af.

Terzake nu. Ik herinner me echt hoe spannend ik het vond dat ik aanwezig mocht zijn die dag, dat ik mocht meespelen in het schouwspel dat het dichtste het fenomeen Piraten, Zakenlui en een BV benaderde. Toen het weekblad een paar dagen later in de winkel lag, vond ik het nog spannender.

Overigens, het hele artikel beslaat nog een paar pagina’s extra met meer foto’s. Jammer dat de genaamde Geert Spiessens dat ook niet heeft ingescand en op WhatsApp gegooid.

Les petites histoires.

Wat waren ze prachtig, de jaren tachtig!
Surtout het prille begin. In een periode van enkele maanden woonde ik toen samen met vijf mannen. En geen van ons stelde zich de vraag of we wel in orde waren met de afkorting LGBTIQA met of zonder plusminus. Afkortingen van dergelijk formaat bestonden in die prachtige jaren niet eens, laat staan dat we er wakker van lagen.

Ron Vandeplas in Ukkel, 1981

De vijf mannen waarmee ik samenleefde, waren achtereenvolgens: Ron Vandeplas, Peter Hoogland, Bert De Groef, Arie van Loon en Marc Hermans.
Ik heb begrepen dat de meesten van mijn lezers wel houden van les petites histoires achter de namen en de geschiedenis. Ja, ik ook. Dus op jullie speciaal verzoek zal ik deze mannen even nader bespreken:

  • Ron Vandeplas: Ron was de man die mij (toen ik nog bij Radio Contact werkte, zie mijn klaagzangen aldaar) in het Brusselse Noordstation stiekem ontmoette en mij het aanbod deed om bij de nieuwe Radio Maeva te komen werken. Zou ik het zien zitten om in een appartement in Ukkel te gaan wonen, samen met hemzelf? Ik zou dan dagelijks het ochtendprogramma presenteren op het nieuwe station. Maeva zou helemaal gebaseerd zijn op de succesformule van de zeezender Mi Amigo, die ik een aantal maanden daarvoor noodgedwongen had verlaten. Dat betekende dus concreet dat het appartement een soort van zendschip zou zijn, maar dan aan land. Live programma’s enkel in de ochtend en op de middag. Alle andere programma’s gingen op tape staan, die Ron en ik moesten starten tussen het nieuwslezen door.
    Na mijn Magdalena-debacle had ik een paar maanden mijn echte beroep als leraar uitgeoefend in de Sint-Amelbergaschool in Temse, maar sinds het aflopen van die periode was ik werkloos. En op radiogebied had ik inmiddels enkel Radio Plus en Radio Huguette gehad, en daarna was ik bij Radio Contact gesukkeld.
    Hoeveel Franstalige programma’s zijn er per dag? vroeg ik aan Ron.
    Ben je gek, joh? Maeva wordt een soort van Mi Amigo aan land, hoor. 24 uur per dag Nederlandstalige programma’s. Gericht op Vlaanderen.
    Bijna (bijna!) had ik Ron vol op de mond gekust. Wat hij net had gezegd, was eigenlijk het enige argument dat nodig was om mij over de streep te trekken. Zelfs met het toenmalige succes van Contact in het achterhoofd, wist ik zo ook wel, dat een 24-uurs Vlaams station dat nationaal te ontvangen zou zijn, in no time de nummer één in Vlaanderen zou worden.. Ondanks de krankzinnige mix van Vlaamse en Franstalige programma’s door elkaar, was de Nederlandstalige Contact in Vlaanderen op dat moment een vrij groot succes, mede door de professionele aanpak van de meesten van mijn Vlaamse collega’s. Wat zou het dan worden als Maeva begon met enkel Nederlandstalige programma’s, volledig gericht op Vlaanderen?
    Lang verhaal kort: dat was de eerste keer dat ik Ron in het echt ontmoette. Later zou blijken (hoe toevallig kan het toeval zijn?) dat Ron op een paar letters na, dezelfde naam had als ik. Zijn echte naam was Erik Van Hout, en dat klonk heel bekend voor mij. Voor de fans van details: na een paar maanden besloot Ron een nieuwe auto te kopen (een Volvo!) en hij probeerde mij te overhalen om die op mijn naam te zetten, zodat hij bla bla bla, gevolgd door een heel ingewikkeld verhaal zoals alleen een echte vlotte Hollander het kan uitleggen. Ja, ik was nog jong en onbezonnen en naïef en zo.
    En net zoals ik een halfjaar daarvoor onbezonnen op een zendschip was gesprongen zonder enige zwemkunde, zei ik nu ja hoor Ron, geen probleem, koop die auto maar. Zo geschiedde. Eric Van Houte kocht een schitterende Volvo die dus in de praktijk eigenlijk van Erik Van Hout was.
    De Grote Verwarring kon beginnen. Het bleek al gauw dat Ron de boetes opstapelde, en die kwamen dus ook al gauw bij mij thuis. Gelukkig waren mijn ouders inmiddels grote fans geworden (ja van mij, ik was niet voor niets hun oudste zoon – maar ook van Ron, die ze heel graag hoorden op de middag).
    Er waren nog heel wat andere consequenties die voortvloeiden uit het feit van de auto die ingeschreven stond op mijn naam, terwijl hij niet echt van mij was (plus daarbij, ik had ook nog niet eens een rijbewijs). Verzekering en allerlei andere adminstratieve dinges, het zou mij blijven achtervolgen, tot lang nadat Ron weg was bij Maeva.
  • Peter Hoogland: deze man is inmiddels genoegzaam gekend in het hele land, neem ik aan. Meer door zijn Land van Hoogland dan door zijn programma bij Maeva. Maar jullie wilden les petites histoires, nietwaar? Eén van de fijnste verhalen, ook om te vertellen, blijf ik deze vinden: De twee Jongens die de Ontvangst van Maeva gingen Testen. Meer daarover kan je hier lezen.
    De hoofdrol in die anekdote werd gespeeld door de witte Ford Capri van Peter. Diezelfde coole auto speelde ook de hoofdrol in de anekdote van De twee Jongens die door het Rood reden en op een Andere Auto Botsten. Doe mij er aan denken dat ik dat verhaal nog eens uitgebreid vertel. Het komt er op neer dat Peter en ik toen samen de woensdagnacht deden bij Radio Huguette. En aangezien ik in die jaren nog geen auto had (ook geen Volvo!) kwam Peter mij meestal halen in Hamme, waar ik toen nog woonde. Ik vond die ritten van het Waasland naar Neder-over-Heembeek best wel aangenaam. We babbelden meestal constant, met veel enthousiasme, veel gezever en veel gebaren en zo. En die keer (in Asse of alle places!) aan het kruispunt van de Dendermondse Steenweg met de Nieuwstraat, waar een paar honderd meter verder het vervallen huis stond, dat anderhalf jaar of zo later de Witte Villa zou worden, die keer dus kwamen we in de witte Capri van Peter tegen redelijk hoge snelheid aangesjeesd en het licht stond op rood, maar ja (ik zei het eerder al), je bent jong en onbezonnen, dus Peter was te laat bij het rempedaal. Lang verhaal kort: auto kwam van rechts, wij niet en ik herinner me dat ik het zag aankomen en keihard Péééééter! gilde. En mijn bril vloog tegen de voorruit, ik zelf ook een beetje, maar we overleefden het. Gelukkig maar, anders was Maeva een dikke acht maanden later wellicht begonnen met al direct twee disc-jockeys minder.
Peter Hoogland in Asse, 1983

Goed, ik heb al veel te veel gepraat, en er staan nog drie van mijn vijf mannen op het lijstje. Peter mocht overigens in Ukkel Ron vervangen, nadat die was weg gegaan bij Maeva. En nadat Peter uit Ukkel was vertrokken (uiteraard niet bij Maeva, gelukkig), kwam Bert hem opvolgen bij mij op het appartement.
Maar.. laat ik Bert De Groef, Arie van Loon en Marc Hermans houden tot morgen of zo, elk met hun eigen bijhorende petites histoires.
Een teaser heet zoiets.
Of een cliffhanger.

Een beetje reclame dan maar

De voorbije maanden kreeg ik regelmatig vragen, opmerkingen, suggesties in de stijl van Ben, waarom giet je jouw blog van de voorbije twintig jaar eens niet in een boekvorm? Dat leest zoveel gemakkelijker dan een online versie, want als internet eens plat ligt, wat dan?
Dergelijke smeekbedes deden mij beseffen dat het inderdaad al twintig jaar is dat ik bezig ben met deze website, dit soort van dagboek. Uiteraard ben ik onderweg een aantal jaar gestopt met schrijven omdat ik periodes had van geen goesting. Maar sinds Marc en ik begonnen zijn met ons verleden op te graven via Tivoli Road, is het schrijven toch weer toegenomen. De goesting ook.
Soms vragen mensen mij ook expliciet: liefst op papier. Ik kan daar in komen. Nu lees ik zelf wel graag af en toe een e-book. Soms op mijn iPad. Af en toe op mijn iPhone, vooral in bed leest dat lekker weg. Meestal op een goeie e-reader. Voor dat laatste kan ik een Kobo Formo aanraden. Zeer aangenaam en handzaam toestel. Ligt lekker in de hand, het formaat van een klein boek. Het weegt een stuk minder, en je hebt een hele bibliotheek in je handen. En vooral: het leest makkelijk in het zonlicht. Beeld dat zo scherp is dat je er een potlood mee kan slijpen.

Kortom, het komt er op neer dat ik bijna geen papieren boek meer in de hand neem, tenzij de laatste Stephen King dan. Of De Bourgondiërs, mijn favoriet van de voorbije jaren. Om mijn goede vriend de genaamde Marc te quoten: lang verhaal kort, ik besloot het heft in handen te nemen, ik heb al mijn postings (of toch het merendeel) omgezet naar het gepaste formaat, en hopla het e-book “Alles gaat voorbij” ligt nu in de digitale winkel van Apple Books (ja, die mannen met hunne yuppie-brol).
De anderen die niet van fruit houden, kunnen het boek aanschaffen via kobo.com. Bij Bol punt com zou het de komende dagen ook op het schap moeten liggen.

Wat kan je vinden in Alles gaat voorbij? Wel, dus het meeste van wat uit mijn toetsenbord vloeide sinds 2004 tot vorige week. Je zal er geen foto’s terug vinden, zoals die mijn blog sieren. Ik wilde een boek dat leest als een roman, zonder afleiding. Maar ik speel wel met het idee ooit een bonus-versie van het e-book te publiceren, wèl met foto’s dan. En ja, ik denk erover om een papieren boek uit te geven, als er voldoende interesse is. Dus je weet wat je te doen staat als je belangstelling hebt. Laat maar iets weten in de reacties, of op Facebook, of ergens anders.

Alles gaat voorbij is overigens nièt gratis. Ik zal er geen brood meer door kunnen eten (daarvoor dient mijn pensioen), maar tenslotte heb ik er toch enige jaren over gedaan, niet? De prijs ligt trouwens lager dan die van het gemiddelde e-book. En voor niets is ook maar voor niets.

De Kempen, ze zijn uniek.

Indien ik zou verplicht worden (als iemand mij onder schot zou houden, pakt) om een oplijsting te maken van de radiostations waar ik mij het meest geamuseerd heb in mijn carrière, dan zou dat lijstje er ongeveer zo uitzien:

  1. Maeva
  2. Mi Amigo 272
  3. Kick FM
  4. Uniek FM

De redenen waarom dit lijstje er zo zou uitzien, zijn divers.
Nummer 1 staat op 1 (weinig zullen zich daarover verbazen) omdat dit station na bijna VIJF decennia nog steeds grote impact heeft op mijn eigen leven, mijn gedachten en gevoelens, en omdat ik nog altijd met trots terugkijk op wat mijn kompanen en ik toen hebben gedaan. Je kan mijn keuze om Maeva op één te zetten betwisten, maar dat gaat niets veranderen. Just accept it.
Nummer 2 kan ik zelf met geen mogelijkheid op een andere plaats in mijn top 4 zetten. Mi Amigo 272 was één groot jongensavontuur dat velen mij nog altijd benijden. Het heeft veel te kort geduurd, maar ik heb er nog geen milliseconde spijt van gehad.
Nummer 3. Tja, die radio in Herentals was van Marc en mezelf. De Mike en Guido van de Kempen, zo hebben ze ons ooit wel eens genoemd. Er zijn minder getalenteerde mannen om mee te worden vergeleken, dus ik vind het nog altijd een compliment.
Nummer 4 dan. Het ging mij niet zozeer om Uniek FM als radiostation, maar wel om de sfeer, de gasten die er werkten, en uiteraard om de baas (Jeroen) die geen geringe rol speelde in de carrière van Marc en Bibi.

Kortom, ik ben dan ook best blij dat de periode in de Kempen in onze podcast uitvoerig zal worden belicht. Aanstaande vrijdag beginnen we met de verschijning van Jeroen Straeter in ons leven. Een aantal fragmenten (vooral jingles) zitten in die aflevering en het is zeker niet onaangenaam om ze terug te horen en mee te zingen. Net als geuren hebben ook geluiden de fijne eigenschap om een mens soms in één klap terug in de tijd te gooien. Dat is in dit geval niet anders, neem dat van me aan. Jeroen aka de Straeter was/is een geval apart, maar hij stond zeker niet op de laatste plaats toen de talenten werden uitgedeeld. Volgens mij stond hij helemaal vooraan, nèt voor de eerste rij aan de beurt kwam. Intelligent. Commercieel instinct. Vlotte babbel. Creatief. Geslepen. En toen die talenten aan hem waren uitgedeeld, sprak God de Vader tegen Jeroen: “Hier jongen, omdat ik in een goed humeur ben, doe ik er nog een paar kilo’s Charisma bij“.

Met andere woorden, de nieuwe aflevering van Tivoli Road, die vanaf vrijdag 18u te beluisteren valt, zal weer de moeite waard zijn. Het moet immers niet altijd gaan over de Noordzee.

De vakantie schrijdt ondertussen verder, waarbij september alweer in zicht komt. Morgen verwacht ik de genaamde Marc Hermans, en allebei staan we popelend klaar om Tivoli Road weer op te pikken. Zelfs een vakantie in Duitsland of Portugal gaat daar niets aan kunnen doen.
Meteen even meegeven: ik mag dan wel een classic boomer zijn, ik ben zeker niet slecht in operating systems, programmeren, AI, servers en zo van die dinges.
Dus vanaf nu kan je ons voor feedback over de podcast, makkelijk bereiken door een e-mail (je weet wel, een brief die ping zegt) te sturen naar:

podcast@tivoliroad.be

Dat is het officiële e-mailadres van Tivoli Road. De mails die we krijgen, zullen effectief worden gelezen en wellicht worden behandeld in de brievenrubriek aan het begin van elke aflevering. Alles wat je ons wil vertellen of vragen, kan je kwijt op bovenstaand mailadres. Doèn.

Oh!! Ik moet zeker nog iets vertellen voor ik het vergeet.
Vroeger, in de tijd dat de zeezenders aka piratenzenders nog volop muziek uitstraalden vanop de vrije Noordzee, toen ik zelf nog een ongelooflijke fanaat was en een aanhanger van Mi Amigo (vanop de gelijknamige boot), schreef ik regelmatig brieven naar de mannen aan boord van dat schip. Vooral dan Marc Jacobs moest er aan geloven, ik was zijn grootste fan. Maar ook Herman de Graaf en Ferry Eden kregen hun deel. Ik was niet de enige in de Groeneboomgaardstraat in Hamme, die niet te stoppen was als het over brieven schrijven ging.
Mijn broer en ik waren wat Mi Amigo betrof, even fanatiek.

Welnu. Een paar dagen geleden kreeg ik via Messenger onverwacht een bericht van Rudy Ducke, die mij vroeg “Kan het zijn dat u zeer uitgebreide brieven stuurde in 1978 naar Mi Amigo en Marc Jacobs“. Rudy maakte mij verder zeer blij met de mededeling dat hij nog een aantal opnamen had liggen van programma’s waarin mijn brieven behandeld werden. Inmiddels zijn Rudy en ikzelf beginnen corresponderen en heb ik de opnames al in mijn mailbox gekregen. Joepie!

Dus ofwel zal ik binnenkort één of meerdere fragmenten hier plaatsen ofwel als bonus-aflevering van de podcast. Ik zal dat morgen met Marc eens onderhandelen in de nazomer-meeting annex workshop die we hebben gepland.
Anyways, Rudy Ducke, dank voor de opnames. En laat jullie zeker inspireren door het voorbeeld van Rudy, beste vrienden, luisteraars van de podcast, lezers van Alles Gaat Voorbij en eventuele fanatiekelingen zoals ik zelf ooit was. Als je nog iets hebt liggen in je archief-kelder waarmee je Marc of mij blij kan maken, laat je niet tegenhouden en stuur het naar podcast@tivoliroad.be – het mailadres is er voor gemaakt!

Tot slot, hier zijn enkele blogposts uit het verleden waarin ik over onze Kempense periode en over Jeroen Straeter schreef.

Een Hollander in de Kempen
In de Stille Kempen
Je radio kreeg een kick

Een kopie van den Aldi

Ja, dat verhaal waarin Marc op zijn eigen hilarische manier vertelt over die twee drive-inshows.. De ene (Maeva) zat op de bovenverdieping van de Skolland met Patrick Valain en op de gelijkvloerse verdieping speelde Marc Hermans met de drive-inshow van Mi Amigo Duisburg. Bij Maeva zat het stampvol, bij Marc was het een stuk leger. Tot het moment dat Marc zijn publiek subtiel naar boven stuurde met een polonaise en hen suggereerde om het publiek van de bovenverdieping mee te lokken naar beneden. Dat verhaal heb ik tijdens de voorbije jaren vaak genoeg mogen horen, maar nu pas ben ik het mij visueel beginnen voor te stellen. Dat publiek dat hossend naar boven danste en met een groot gedeelte van het daar aanwezige publiek de trap af kwam gedanst en de zaal bij Marc vulde. Leuk verhaal, en het klopt wel.
En verder natuurlijk, de anekdote van de seizoenenshow van Radio Cardinaal, het zogeheten zijtakje van Maeva. Radio Cardinaal herinner ik me wonderwel. In een eerdere aflevering van Tivoli Road hadden Marc en ik het over onze tijd bij die Maeva-kopie van den Aldi in Heist-op-den-Berg.
Met als absolute dieptepunt het verhaal van de pop die we in de studio hadden geconstrueerd, met een koptelefoon op het fake-hoofd en één van onze jassen eromheen gedrapeerd. En dan de verbouwereerde blik in de ogen van Wim Panken, één van de bazen van Cardinaal. Wim trok de deur van het studio-hok open, keek beneden aan de trap naar boven waar de studio zich bevond, zag de pop zitten achter de microfoon (terwijl hij uiteraard onze stemmen op de radio had gehoord, in een opgenomen programma), en vroeg zich in gedachten zichtbaar af, of wij toevallig uit een instelling waren ontsnapt.

De slappe lach die Marc en ik als gevolg daarvan kregen, werd jaren later voor het eerst geklopt qua slappe lach-gehalte toen we in een workshop bij het fijne kabelbedrijf onderricht werden in de kunst van het sociaal gedrag op recepties. Tjonge, maar goed dat de genaamde Hermans vaak zo wat hetzelfde gevoel voor humor heeft als den dezen.

Ben van Praag en Marc Hermans (1984)

Ah ja, in de voorbije aflevering van onze podcast had ik beloofd om de beruchte foto van Marc en mezelf op het podium van Radio Cardinaal, te posten op deze site. Ik zal mijn belofte houden omdat ik nu eenmaal een eerlijke en serieuze jongen ben. En niet omdat ik bijzonder trots ben op die bepaalde periode na Maeva.
Tenslotte, we moeten daar eerlijk in zijn: wijzelf waren in die tijd ook niet meer dan een kopie van den Aldi.