Snel schakelen, il faut le faire.

Wel, toen ik nog voor het fijne kabelbedrijf werkte – alweer ACHT jaar geleden, kan je dat geloven?- was één van de vereiste skills op de klantendienst: snel kunnen schakelen.
Snel schakelen, dat is zeker één van de kunstjes die Marc en ik uit onze hoed getoverd hebben de voorbije twee weken. Mi Amigo (de èchte), de webradio waar Marc sinds vorig jaar zijn programma Koffiepauze deed, zit helaas een beetje in de problemen, door strubbelingen tussen boven en beneden. Waarbij je beneden mag opvatten als de plaats waar de talenten zetelen. De dj’s die vroeger deel uitmaakten van de originele ploeg uit de jaren toen Mi Amigo nog uitzond vanop de woelige baren van de Noordzee. De Getrouwen, zeg maar. Wat uiteraard niet betekent dat boven de plaats is waar één of meer Verraders zitten. Die analogie met het populaire reality-programma op tv komt me nu gewoon goed van pas, da’s al.

De strubbelingen zitten vooral in de communicatie tussen boven en beneden, in die mate zelfs dat de originele ploeg besloot om het gezamenlijk voor bekeken te houden, en op te stappen. Ik ga daar verder niet over uitweiden, probeer niet om me toch zover te krijgen. Laat ik het erop houden dat ik me heel waarschijnlijk zou aansluiten bij beneden, als ik er toch betrokken bij zou zijn.

Het gevolg is wel dat er geen gesproken programma’s meer zijn op dit moment. En dus ook geen Koffiepauze met Marc. En ja, dus ook geen Tivoli Road meer. En kijk, onze skills van bij de klantendienst komen ons op dit punt goed van pas.
We moesten snel schakelen.

Tivoli Road is bijna van de ene dag op de andere een podcast geworden.
Alle voorbije afleveringen staan inmiddels op de belangrijkste platformen en zijn dus te beluisteren op beide A-merken onder de besturingssystemen op de huidige smartphones. Ja, Apple (iOS) en Android inderdaad. En dankzij de aanwezigheid van Spotify onder Windows èn MacOS, zijn we ook te vinden op alle computer-systemen.

En voor de mannen/vrouwen/x-en die niets moeten weten van al die nieuwerwetse prullen en die eigenlijk alleen maar internet willen hebben: zelfs die koppige duvels kunnen toch naar onze podcast luisteren via de website www.tivoliroad.be

De nieuwste aflevering (de eerste onder het podcast-regime, zeg maar) komt zaterdag online. Morgen zal ik verslag doen over de opname daarvan die Marc en ik tijdens onze wandeling van dinsdag euh… opgenomen hebben dus hé.

Men vraagt en wij draaien

www.tivoliroad.be

Ja, niet iedereen is een Apple-fanboy. Ik kan daarmee leven. Dus: Android-lovers, ik heb vandaag extra mijn best gedaan voor ulle.

En daarom is Tivoli Road nu ook beschikbaar op Spotify. Zoek maar eens. De eerste 40 episodes staan er op. En nu allemaal tegelijk: dank u Ben!!

Hoe gaat het verder?

Dat schrijft Marc Hermans een paar dagen geleden op zijn Facebook-profiel.
Zet maar een link naar mijn blog, zei ik stoutmoedig en zonder er veel over na te denken. Zo ben ik al mijn hele leven geweest: doen, en dan pas nadenken. Spijt komt naderhand, en altijd te laat.

Maar goed, ik moet eerlijk zijn. De kans is vrij groot dat u hier bent door die link op de FB-pagina van de Marc. Ik zie dat ook in mijn statistieken: een opvallende stijging van het aantal bezoekers sinds die posting van mijn radio-collega, metgezel sinds jaren en jawel: goede vriend. En ik mag zeker niet vergeten: compagnon de route op de weg die ons de voorbije maanden extra verbindt. De weg die we met z’n tweetjes bewandelen. Een pijnlijke rug en nek krijgen we er allebei van. Komt door het achteruit kijken. De blik iets vaker gericht op het verleden dan op de toekomst. Jawel, de weg door één van de meest onderschatte en mooiste plekjes van Mechelen, en nog vlak bij mijn deur ook. Tivoli Road.

Voor ik het vergeet: deze woorden schrijf ik NU. Niet in 2006, niet nog vroeger. Nee makkers. NU. In het Huidige Heden. We zijn waar we moeten zijn. Mijn oude weblog staat er weer volledig op. Ongecensureerd, ongewoke’d, onaangetast door de tijdsgeest. Ik heb alles gekopieerd en geplakt zoals het er oorspronkelijk stond, bijna een decennium geleden. Het enige wat ik wel deed, was het geheel opfleuren met wat foto’s die ik in de vroegere versie niet publiceerde.

Het was niet echt zo simpel als ik het hier laat klinken, hoor. Meer dan ik aangenaam vond, kwam ik namen tegen van collega’s, kennissen en vrienden waarbij ik dacht: tiens, die is dus dood. Soms met een knoop tussen hart en maag. Soms kwam het goed uit, de beslissing om niets aan de teksten van toen te veranderen. Ik kon dan namelijk doen alsof er niets aan de hand was. Doen alsof iedereen nog leefde.

Mijn moeder is ondertussen alweer bijna twee jaar dood. Dat word ik dus echt niet gewoon, jongens. Ik heb nog altijd de neiging om te denken: straks eens bellen naar ons ma en vertellen dat mijn rug weer opspeelt.
En radio-collega’s leven ook niet eeuwig. Noël en Frans en Ronny en de Lukken en wie nog allemaal. Ze zijn weg. Nu ik in het Huidige Heden zit, kan ik niet langer faken natuurlijk.

Hoe moet het nu verder?
Omdat ik niets meer van teksten heb om te plakken, zal ik het moeten doen met wat in mijn hoofd zit, en wat er uit wil komen.

Zal ik dan maar even de olifant in de kamer benoemen? De hete aardappel ter hand nemen? Tivoli Road. Wat gaan we daarmee doen?
Laten we er voor het gemak van uitgaan dat die naam u niet geheel onbekend is. Misschien dat u zelfs een trouwe luisteraar bent van het item uit Koffiepauze, het weekendprogramma dat Marc Hermans verzorgt bij de vriend aan huis van zovele mensen die met een brok nostalgie in de keel luisteren naar Mi Amigo (de èchte).

Er zijn inmiddels al een kleine zestig afleveringen geweest van Tivoli Road sedert begin oktober van vorig jaar. Al een tijdje zijn Marc en ik aan het nadenken over een manier om op safe te spelen, voor zover dat mogelijk is in dit leven natuurlijk. Stel dat er iets gebeurt met de radio. Ik zeg niet dat er iets zàl gebeuren, ik wil het zeker niet jinxen. Maar stèl.
Stel dat er iets gebeurt met het internet. Stel dat ze dat afschaffen. Of verbieden. Of dat ze de pries uit trekken. Ik heb het al eerder meegemaakt. Dus ja stèl.

Marc en ik zijn twee gasten die zo heel af en toe toch eens verder kijken dan onze neus lang is. We steken elke week toch iets te veel moeite in dat item om het te laten verbrodden door stèl dat.

Dus vrienden.
Tivoli Road is vanaf nu niet langer alleen een item in een radio-programma.
Laat het voorgaande even doordringen.

Tivoli Road is vanaf nu (ja NU) ook een podcast. Eigenlijk moet ik dan zeggen, hoewel ik een bloedhekel heb aan het woord: een heuse podcast.
Als u NU gaat zoeken naar Tivoli Road op Apple Podcasts (de app die op èlk Apple device gratis aanwezig is), dan zal u daar alvast de eerste twintig afleveringen vinden. En morgen nog meer. En de dag daarna absoluut nog meer.

Met andere woorden: als aanvulling (backup of whatever) op het radio-item kan u ons vanaf nu beluisteren als podcast. Probeer het maar als u het niet gelooft. De komende dagen zal ik dit blogje gebruiken als promotie-medium voor de podcast. Als u enige vorm van luiheid voelt of geen zin hebt om Tivoli Road in te typen in Apple Podcasts, zal ik u verwennen vanavond. Klik gewoon op deze link.

De groeten van Marc, en maak u geen zorgen (vooral voor de mensen die niet zo fanatiek van Apple houden als ikzelf). We werken eraan om Spotify ook te laten werken met Tivoli Road.

Voila. En voor zij die belust waren op sensatie, de pessimisten, de haters of whatever:

Alles gaat voorbij. Maar niet meteen.

Oh schone tijden!

De Nederlandstalige ploeg van Radio Plus (1980)

Op de website van Radio Maeva publiceren we al enige tijd het dagboek dat we een kwarteeuw geleden bijhielden in de Witte Villa. ’t Ligt eventjes stil nu, want tussen april en juli 1983 schreven we om een niet te achterhalen reden niks meer in het boek. In juli begon het opnieuw tot het einde op 11 november 1983.

Bij het nalezen van die -soms bittere- teksten uit het grijze verleden, merk ik dat o.a. Peter Hoogland er nogal van langs kreeg toen. Nu verdient dat wel enige duiding en relativering natuurlijk. Peter was wel degelijk een coole gast in die tijd. Een jongen waar ik altijd goed mee kon opschieten en die ik al kende uit mijn tijd bij Radio Plus en daarna Radio Huguette. Hij was één van onze jongste medewerkers en toen al een spring-int-veld.

Hierboven een fotootje uit de tijd van Radio Plus, nog in zwartwit. Oh schone tijden!
Je herkent van links naar rechts op de bovenste rij: een onbekende (ik dacht Luc van de fanclub, want die hadden we!), daarnaast ikke en naast mij Peter HooglandDanny Debruyn en Luc De Groot.
Onderaan zit Tom Denker (zoals Jan Dooms toen heette) en John De Vries (denk ik).

Voor eeuwig weg maar toch altijd aanwezig

Arie van Loon en Ben van Praag (Ukkel, 1982)

De website van Arie van Loon zit in een nieuw kleedje, voor het eerst sinds 2001.
Dat is zo gekomen: nu we volop bezig zijn met de Maeva-website, vond ik dat het ook tijd was om Arie’s plekje op het net eens op te frissen. Te dien einde richtte ik mij tot de webmaster met de woorden: “Denkt ge niet dat Arie’s site aan een nieuwe layout toe is?”. Waarop de webbie eens fronsend naar mij keek en vervolgens knikte. “Ik doe dat vannacht wel,” antwoordde ze. En inderdaad, vanmorgen was de site aanwezig op het wereldwijde net. En ze mag er verdorie zijn, mijn gedacht. Ik weet zeker dat Booike, Cor en Teun dat ook zullen vinden als ze er naartoe surfen.

Arie dus. Ik zie Valain nog altijd in Ukkel binnenkomen met de woorden: “We hebben een vervanger voor Ron!” Inderdaad, Ron van de Plas, toen nog geheel onbesproken en vrij van zonden, had het een aantal weken daarvoor wel gezien bij Maeva en was overgestapt naar Seven. De daarop volgende tijd zou ik in Ukkel het gezelschap krijgen van Bert De Groef en Peter Hoogland, want ik kon moeilijk in mijn eentje die hele familieradio recht houden. Heel die situatie kon hoe dan ook niet blijven duren want zowel Bert als Peter hadden hun eigen bezigheden buiten Maeva om.

En dus haalde Valain er iemand bij die eigenlijk al van bij de start bij het station had moeten komen maar er toen niet bij was wegens van de fiets gevallen en been gebroken of iets dergelijks. “Hij heet Arie van Loon,” vertelde onze programmaleider me. Toch niet wèèr een Hollander, dacht ik. Maar het was er wel eentje, en een rare ook nog. De eerste dag dat hij in Ukkel was, hield hij zich ongevraagd bezig met de grote schoonmaak. Ik moet toegeven dat mij dat goed uitkwam, want zelf hield ik niet zo van schoonmaken, ik wilde enkel radio maken. Heel het appartement blonk als nooit tevoren na Arie’s intrede. 

Arie en Ben, 1983

Na de eerste wat onwennige dag, klikte het meteen tussen ons. Het klikte ook snel tussen Arie en de luisteraars. Hij had een volledig eigen stijl van presenteren, hij moest maar één woord zeggen en je wist direct dat hij het was. Hij presenteerde als een dichter. Zijn stem was de pen waaruit de woorden vloeiden. 

Voor mij was hij een Hollander die mij met alle Hollanders verzoende, zoals Marc een Antwerpenaar is die mij alle cliché’s over Antwerpen doet vergeten. Je kon niet boos zijn op hem. Tevens was Arie heel bescheiden, en dan bedoel ik ècht bescheiden, niet vals bescheiden zoals we allemaal wel eens zijn.

Ik lees tegenwoordig met plezier zijn bijdragen aan het Witte Villa-dagboek die ik met regelmaat op de Maeva-site zet. Zijn handschrift ontcijferen in het originele boek, het is geen simpele opdracht maar ik vind het niet erg. Wil je wat mooie foto’s van Arie zien? Ze staan allemaal bijeen op zijn website. Surf er eens naar toe, lees het gastenboek met de ontelbare bijdragen van fans die in de weken na zijn dood op de site werden gezet. Het gastenboek is weer open, dus je kan je eigen bijdrage er ook neerzetten. 

Arie van Loon is dood, maar – zoals Marc vanmorgen zei: soms is hij er precies toch nog.

Over fans in alle soorten en maten

Redelijk slecht gezind ben ik vandaag.
Na een min of meer slapeloze nacht (ze komen in alle soorten en maten, maar de nachten met nachtmerries waarin je net niet beseft dat je droomt, dat zijn de ergste) viel ik eindelijk in slaap rond acht uur vanmorgen. Pakweg een halfuur later werd ik alweer wakker door het geroep en gelach van een bende geschiften (ze worden ook wel eens wielertoeristen genoemd) die vlak voor mijn deur een stopplaats hadden. Ik spreek over een stuk of vijftig van die mafketels die in december bij vriestemperatuur op een zondagmorgen gaan fietsen. En maar lawaai maken, en maar moppen vertellen terwijl ze aan hun stopplaats onder mijn slaapkamerraam glühwein of een ander warm drankje stonden te zuipen. Hoeveel vijzen moet een mens kwijt zijn om zo vroeg op zondag in groep te gaan rondrijden?

Ben van Praag en fans (1983)

Tot daar een verklaring voor mijn slecht humeur van vandaag.
Gelukkig is er Net Gemist, de nieuwste uitvinding van de openbare omroep die in samenwerking met het fijne kabelbedrijf hun programma’s van de voorbije zeven dagen aanbieden via de Digitale Televise. Ik zit nu de Laatste Shows van de hele week te bekijken. Ja, die DigiTV is geen slechte zaak. Op het werk zit ik in een soort testgroepje dat thuis de nieuwste digitale snufjes mag uitproberen voor ze live gaan. Ik kan je verzekeren dat er nog leuke dingen op komst zijn.

Op de Maeva-website lees ik een artikeltje van Marc Hermans (ik moet die teksten er zelf opzetten, dus er is geen ontsnappen aan) over de populariteit van Maeva indertijd. Die populariteit was inderdaad overweldigend. Je zal mij nooit horen beweren dat Maeva toen de beste radio was, maar het was wèl de populairste. We hadden fans in alle lagen van de bevolking, in alle euh.. soorten en maten dus. Oude fans, jonge fans, kleuters, fanatiekelingen, gehandicapten (heel vaak blinde fans – dove fans kwamen veel minder voor), getrouwde fans, vrijgezellen, mooie fans, lelijke fans, domme fans, sympathieke fans, ambetante fans, groupies, jaloerse vriendjes, dunne fans, dikke fans, goedgelovige fans, achterdochtige fans en – gelukkig maar – ook gewoon intelligente fans. Die laatste categorie vond ik de aangenaamste om mee om te gaan. 

Fans: Hendrik Rosiers, Denise, Lode en Martine (1983)

Een kwarteeuw later herinner ik me nog altijd namen als Ricky Jenniges (de jongedame die mij ooit een volgeschreven toiletrol opstuurde, maar elke zin was intelligent), Martine Monsaert, Lode en Martine (Lode was de man die het Wekkerwachtlied bedacht en de oorspronkelijke versie ervan zong), Lutgard -ABBA- Smets, Hendrik Rosiers (die ik de bijnaam de zaterdagschrijver gaf, zijn kritische brieven op zaterdag waren altijd weer een hoogtepunt in Wekkerwacht), Hilde D.W. uit Aalst (op wie ik echtwaar zwaar verliefd werd) en nog een aantal anderen op wiens namen ik nu niet kan komen maar die regelmatig zeer intelligente brieven stuurden. 

Toen we vertrokken bij Maeva, heb ik al die intelligente brieven mee naar huis genomen – ik had ze in de loop van enkele jaren netjes bijgehouden. ’t Waren twee vuilniszakken vol, geloof ik. Later moest ik nog meer gaan filteren (opruimen van de zolder, je kent dat wel) en de aller-intelligentste brieven bleven uiteindelijk over in een plastic zakje van de Werka uit het Koopcentrum in Sint-Niklaas. Nog later, tijdens een periode dat ik psychisch mijn verleden probeerde te vergeten, heb ik heel drastisch die Werka-zak met het huisvuil meegegeven. De momenten dat ik daarvan spijt heb, komen steeds minder vaak voor. Je moet zuinig zijn met spijt in het leven.

Over debiele namen op de radio

Zou Bert De Groef ook iets willen schrijven voor de Maeva website?” vroeg Marc mij gisteren tussen twee klanten door. Een beetje zorgelijk keek ik hem aan.
Ik heb mijn twijfels,” mompelde ik, “maar aan de andere kant heb ik nog iets te goed van hem, dus wie weet“.
Voor ik dat verder kon uitleggen, had ik zelf ook weer een klant. Terwijl ik de man, een oorlogsveteraan die een computer had gekregen van zijn dochter, probeerde duidelijk te maken dat de run-time erreur die op zijn scherm verscheen bij het opstarten échtig waar niets met het fijne kabelbedrijf te maken had, dacht ik verder na over Bertje De Groef.
Overigens, de instapdrempel voor Internet wordt steeds lager en dat vind ik super maar soms ligt die drempel echt wel té laag. De gepensioneerden die denken dat wij op het werk verantwoordelijk zijn voor elke losse vijs in hun computer, zou ik de kost niet willen geven. Uiteindelijk hing de oorlogsveteraan op, nadat hij mij vertelde dat hij zijn schoonzoon wel eens zou raadplegen, want dat was een ellentrieker.

Bert de Groef –
Radio Huguette 1980

Maar waar was ik? Bert De Groef, jawel.
Ik leerde hem kennen bij Radio Huguette Internationaal, een vrije radio die iets meer verdient dan een voetnoot in de geschiedenis omdat daar toch wel de kiem werd gelegd van het latere Maeva. Bert was een toffe gast, zeer zeker. En toen Patrick Valain in de eerste maanden van Maeva iemand zocht voor de namiddag (ik geloof voor Muziekmatinee), zei ik dat ik wel iemand kende, Bert dus.
Ik meen me te herinneren dat Valain eerst nog wat moeilijk deed over zijn naam (De Groef, wat voor een naam is dat?) maar dat obstakel was snel overwonnen.

Ik zat ooit een tijdje bij FM Kempen waar ik samen met Marc de programmaleiding deed. Tjonge, daar zat toch wat bij mekaar, hoor. Ik vernam dat ene Lode achter mijn rug had gezegd dat Van Praag toch wel een debiele naam was voor op de radio. Tja, daar was ik een paar dagen kapot van. Wat moest ik in godsnaam aanvangen om Lode alsnog voor mij te winnen? Hoe moest ik mezelf noemen? Ik kon toch moeilijk mijn naam veranderen in pakweg Eric Van Houte of zo? Maar alla, ik hoor Lode tegenwoordig vaak Voor De Dag presenteren bij Radio 1 dus hij heeft het echt gemaakt en ik ben een loser.

In elk geval, van Bert De Groef heb ik nog iets te goed. Ik zal hem eens mailen één van de dagen en vragen of hij Johan Henneman eens even wil vergeten en of hij wat wil schrijven voor de onvolprezen Maeva website waarvoor ik hier graag opnieuw een lans wil breken.

Lef en ballen

Jaja, zometeen ga ik het nog eens over radio hebben, ongeduldigaards!
Maar eerst even dit: met een gezonde dosis verbazing kijk ik naar het boekje Met Ben op de boot waarover ik het vorige keer had en dat hier naast mij op tafel ligt. Mijn verbazing geldt niet zozeer het boekje zelf, dan wel het wonderbaarlijke feit dat de schrijfster van het werkje, de auteur zelf dus, nog geen week na mijn bijdrage, haar commentaar heeft neergepoot op mijn weblog. De wondere wegen van het Lot of van het Toeval, of wat het dan ook is dat dit leven bestiert, zijn toch wel echt euh.. raar. Te meer daar mevrouw Guirlande (ergens voel ik dat ik haar rustig Christina mag noemen, ze is tenslotte geboren in Moerzeke, vlakbij mijn deur dus) het boekje heeft geschreven in 1981, mijn persoonlijk wonderjaar. Op haar website staat 1982 vermeld bij Met Ben op de boot maar in het boekje zelf staat het jaar 1981 dus dat zal wel kloppen. Plus daarbij (zàlig detail), op de originele uitleenkaart die bij het boek hoort, staat met de hand 15/07/81 geschreven als eerste datum waarop het werd uitgeleend. 
Het Lot gooit nog een paar extraatjes naar me toe, zie ik. Christina werd geboren op 11 november 1938. Op 11 november van het jaar onzes Lot 1983 (bijna hetzelfde, maar omgekeerd dus) legden Hoogland, Hermans, De Groef, Van Loon en ikzelf de wapens neer bij Maeva. En ze heeft verdorie net als ik – alleen langer – in het onderwijs gestaan. Overigens, ik zie dat ze nog steeds zwaar actief is, literair gesproken. De publicaties van haar hand blijven ook in deze eeuw doorgaan. Way to go, Christina!

Waar ging ik het nog over hebben? Over radio, heel juist.
Frans uit Mechelen wil mij per sé aan het hoofd hebben van een nieuwe Mi Amigo voor Vlaanderen, eentje via het web. Om te beginnen, zo zegt hij zelf. Ik vind dat allemaal goed en wel, maar zelf heb ik niet echt de behoefte om een nieuwe Mi Amigo uit de grond te stampen. Niets is zeker in het leven, dus ik zeg nooit nooit maar verder dan eventueel ooit nog eens meewerken aan een radio zou ik niet willen gaan. Een programma maken of zo. Voor de micro zitten en wat praten en zo, dat lijkt me nog wel cool. Maar een radio uit de grond stampen? Een format (braak!) bedenken? Playlists maken? En dan de godganse dag er naar luisteren en fouten noteren? En dan nog zorgen dat het hele spel commercieel draait ook? Alleen maar miserie, jongens.

Plus daarbij, Mi Amigo was een zeezender uit de jaren zeventig. Laten we het zo houden. De halfslachtige poging vanop de Magdalena (waar ik lotzijdank deel mocht van uitmaken) was al op het randje en de Mi Amigo vanuit Duisburg (de latere keten) had eigenlijk niet meer gehoeven, toch niet onder die naam.
Als Mi Amigo, of Maeva of Seven nog eens willen terugkomen, laten ze het dan doen met dezelfde ballen en hetzelfde lef als hun illustere voorgangers, illegaal of op andere wijze, maar dat ze het dan meteen goed doen. Dat ze dan meteen heel Vlaanderen overspoelen met hun geluid. Keihard, tegen alle gevestigde waarden in en vooral: dat ze zorgen dat niemand er omheen kan en dat iedereen overal kan luisteren. Je moet gewoon in de auto kunnen luisteren, zonder veel gedoe of geswitch. Niet via een netwerkje van lokale radio’s, niet via een webradio, niet via een satelliet en niet via de kabel. Maar gewoon via de goeie ouwe ether begot. En op FM hé, niet op de middengolf of korte golf, want dat klinkt langs geen kanten meer, we moeten daar eerlijk in zijn. 

Ik weet ook wel dat het er nooit van zal komen. De tijden zijn dermate veranderd dat lef en ballen eerst moeten plooien voor de wetten van marketing en zo, en verder is de realiteit natuurlijk duidelijk: er zijn gewoon te veel spelers op het onnozele lapje putgrond dat Vlaanderen is. Dat was in de piratenjaren 80 heel anders: enkel den BRT was er en die trok echtwaar op niets. Dus supermoeilijk was het nu ook weer niet om succes te hebben. Maar! Laat ik ophouden voor ik de verdiensten van mijn kompanen en mezelf van 25 jaar geleden helemaal weg relativeer. Een tè groot Einstein-gehalte is ook niet alles, dàt moet ik vooral voor ogen houden.

In om het even welk tijdvak, vrienden: lef en ballen, en verder geen gezever.

De cel in met dat geboefte!

Tiens, het ene brengt inderdaad altijd het andere mee.
Ik had het gisteren over de arrestatie van Peter De Graaf toen hij valse dj speelde in Ukkel. Vandaag liet Marc Hermans mij vanuit het warme Vlaanderen weten dat hij ooit ook in de cel zat voor Maeva. En hij heeft effectief gelijk, hoor. Zelf heb ik nooit die eer gehad, toch niet voor Maeva. Wel heb ik eens een nachtje doorgebracht in een Hollandse cel maar dat was voor mijn crimineel gedrag bij de zeezender Mi Amigo.

Marc Hermans en Arie van Loon op een Maeva-show, 1982

Welnu, Marc werd op een mooie dag, samen met Arie van Loon, gearresteerd tijdens alweer een inval van de politie in Ukkel. Ik weet echt niet meer waar ik toen zat. Misschien thuis op mijn vrije dag, misschien naar de winkel, misschien gewoon eens gaan wandelen, wie zal het na een kwarteeuw nog achterhalen?  
Marc en Arie werden dus in de boeien geslagen en ze moesten een nachtje doorbrengen in de politiecel in Ukkel. Ze zaten daar elk in een aparte cel, maar stonden niet op sekreet, dus communiceren met elkaar, dat ging nog. De Ukkelse armen der wet hadden hun sigaretten afgenomen en op een tafeltje gelegd vlakbij de cellen van mijn twee compadres. De drang naar nicotine werd evenwel te groot na enkele uren en beide animatoren (om eens wat Contact-taal te gebruiken in een Maeva-verhaal) moesten al hun creativiteit gebruiken. Uiteindelijk werden enkele Hollandse en Vlaamse kledingstukken aan elkaar bevestigd en op het tafeltje met de sigaretten gegooid. Op die manier konden Arie en Marc de begeerde kleinoden toch tot zich trekken. Het was één van de betere rookmomenten, zei Marc.

Verder herinnert hij zich nog dat kabouter Rondbuik langskwam met een cadeautje: een stripverhaal waarin enkele gevangenen de hoofdrol speelden.

De volgende dag, na het nachtje cel, werden Arie en Marc voor de onderzoeksrechter gebracht. Ze werden geboeid aan een rijkswachter. Echt waar. Die rijkswachter bleek een zoon te hebben die ook in de vrije radio zat. Ook echt waar. En in de lift stond Roger Moens, de sportjournalist die in zijn vrije tijd inspecteur bij de gerechtelijke was. Of omgekeerd, wie zal ook dat na een kwarteeuw nog achterhalen?

’s Avonds, na hun vrijlating, werden Marc en Arie op de Maeva seizoenenshow door honderden fans bejubeld.
Ja, het waren tijden, die tijden.

Een valse dj in een valse studio

Pedro De Graaf en een promomeisje, 1982

Die inbeslagnames, op de lange duur werd dat voor ons een spelletje. Catch me if you can, iets in die stijl. Maeva was een clubje, op de vlucht voor de wet. Zoiets gaat er altijd in. De overheid besefte niet hoe populair ze ons maakte met haar acties. Iedereen vond het fantastisch, de nooduitzendingen werden drukker beluisterd dan de normale programmering. ’t Was eerlijk gezegd ook fantastisch om te doen. En hoe meer we opgejaagd werden, hoe meer er over Maeva gepraat werd en hoe groter het avontuur werd voor ons. Bladzijden vol lezersbrieven in de kranten, aandacht van overal, het kon niet op. Dank u, overheid.

Op het einde van de periode in Ukkel – we hadden toen al op de Kluisberg gezeten en in het Gentse bij Noël thuis – gingen we het toch nog eens proberen van in de studio waar alles begonnen was. Zo gauw wilden we dat niet opgeven natuurlijk, het hoogste punt van Ukkel. Alleen, we wisten wel dat we niet zomaar opnieuw in de oude studio konden gaan zitten uitzenden want lang gingen ze ons niet laten doen. Toevallig stond het appartement naast de Maeva-studio op dat moment te huur. De beheerraad vond er niks beter op dan dat lege appartement te gaan huren. Arie, Marc en ik gingen daar zitten met een noodstudio. In het oorspronkelijke appartement, in de ontmantelde studio werd wat aftandse apparatuur neergepoot, alsmede een zender die gevuld was met beton. Vanuit die valse zender vertrok een kabel naar het dak, maar die werd niet aangesloten aan de mast. De èchte zender stond bij ons in het lege appartement. Het plan was ronduit geniaal: àls (nee: wanneer) de BOB uiteindelijk binnenviel in de valse studio, zouden ze natuurlijk de valse zender uitschakelen, en op dàt moment moesten wij de èchte zender ook uitzetten zodat op hun radio (die hadden ze àltijd bij zich) Maeva ook effectief uit de lucht zou gaan.

Er was wel een probleempje. Bij de laatste inbeslagname in Ukkel was het appartement waar de studio zat verzegeld en voor zover we wisten, was het verbreken van zegels een vrij ernstige zaak. Tja, een criminele activiteit min of meer zou het verschil niet meer maken, bedachten we. Ik trok de zegels hoogstpersoonlijk van de deur. Die verbroken zegels heb ik overigens nog altijd, ze zitten in één of ander plakboek bij me thuis.

Het enige wat dan nog ontbrak – en voor zover ik weet, vormde dat de kers op de taart – was een valse disc-jockey. Daarvoor werd een vrijwilliger gezocht èn gevonden in de persoon van Peter De Graaf, a.k.a. Pedro. De arme jongen moest eigenlijk zowat de hele dag in die fake studio gaan zitten en doen alsof hij programma aan ’t doen was. Voor zover ik het me herinner (en het werd me bevestigd door Marc), had Peter zijn vriendin meegebracht en samen speelden ze daar lichamelijke spelletjes om de tijd te doden. Marc noemde het vandaag nog anders, het werkwoord wippen kwam in zijn omschrijving voor. 

Verbazend genoeg duurde dat gedoe een aantal dagen, we konden met z’n drietjes rustig noodprogramma’s maken vanuit het tweede appartement en er werden zelfs weer gewone tape-programma’s aangeleverd. We moesten wel heel stil zijn, want niemand – ook niet de andere bewoners van het gebouw – mocht weten dat we daar zaten. 

Natuurlijk kwam er hoe dan ook een einde aan die korte periode. De politie viel op een dag binnen in de fake studio en het liep verdorie als gepland. Wij schakelden de echte zender uit op het moment dat de mannen van de wet de valse zender loskoppelden en Maeva ging uit de lucht. Door het kijkgaatje in de deur konden we zien hoe Pedro in de boeien werd geslagen en weg gebracht. Geslaagd of niet, dat was in elk geval het definitieve einde van het Maeva-avontuur in Ukkel. 

De Witte Villa in Asse zou onze volgende vaste lokatie worden, maar zelfs daar lieten ze ons niet gerust. Ik zou echt eens een lijstje moeten hebben met al de juiste data van de gebeurtenissen in 1982 want die volgden elkaar zo supersnel op dat het niet meer bij te houden viel.