Wel ja. Het moest er eens van komen, ik vind het niet eens verbazingwekkend.
Toen mijn oudste (je weet wel, Tiago, de toekomstige geneesheer) voor het weekend thuis arriveerde met zijn koffer vol kleren om te wassen, mompelde hij een beetje verdwaasd Ik ben ziek, beste ouders. Koorts en hoesten en niezen enzo. Ik veronderstel “griep”. Zo jongen, was mijn primaire gedachte. Je eerste diagnose, en meteen bij jezelf.
Vervolgens moest ik een beslissing nemen. Uiteraard heb ik, zoals elk jaar, in het najaar een griepprik gehaald. In theorie kan er dan weinig verkeerd gaan. Maar het was het uitgelezen moment om dat eens uit te proberen. Dus ik moest niet lang nadenken over het volgende dilemma: zet ik meteen een mondmasker op? Of kies ik toch voor de gewone, wekelijkse knuffel ter begroeting?
Het werd dat laatste.
En hier zit ik dus. De hele dag hang ik voor de tv in mijn pyjama, omringd door een paar dozen papieren zakdoekjes. ’s Avonds heb ik dan een paar plastic zakken vol. Nu weet ik het dus. Een griepvirus wordt dankzij het vaccin omgezet in een stevige snotvalling. Het is geweten en bewezen en bekend: een valling is voor een vent voldoende voor een goeie dosis zelfmedelijden.
Morgen zal ik proberen hier naadloos op aan te sluiten en het verhaal te vertellen over De Verpleegsters van Ukkel (de eerste verleidingen als gevolg van de prille roem).
Kortom, ziek zijn is vervelend, maar een goed verhaal laat ik niet liggen.
Tijdens één van de vorige afleveringen van Tivoli Road, stelde de genaamde Marc Hermans de vraag: “Zeg Ben, jij hebt twee zoons.. Zou je dit durven laten horen aan hen? En zijn die dan trots op jou, omdat je een radio-crimineel was..?”
Wel, zo ver had ik eigenlijk nog nooit gedacht. Een radio-crimineel.. Het klinkt erger dan het eigenlijk was. De aflevering in kwestie ging over de schier ontelbare inbeslagnames van Maeva en de daarbij horende nooduitzendingen waarin ik zelf (ik kan niet anders dan het toegeven) een vrij grote rol speelde. In de bewuste Tivoli Road zitten inderdaad een aantal fragmenten uit die tijd (januari 1982). Je kan horen dat ik nogal… enthousiast wil ik het niet noemen, maar toch vrij gedreven mijn gang kon gaan.
Wacht, voor ik verder ga over die bewuste nooduitzendingen, ga ik het eerst even hebben over mijn twee zoons waar Marc het terecht over had. Tiago en Matias, ik heb hen al eerder genoemd in mijn geschriften. Ze zijn zeer zeker geen vaste luisteraars van onze podcast, zelfs geen losse luisteraars. Ik moet hen bij wijze van spreken met een pistool in de hand dwingen om eens te luisteren. Weet je wat het is? Ze zijn gewoon te jong en we hebben hen te laat op de wereld gezet om goed en wel te beseffen wat zeezenders waren en wat Mi Amigo en Maeva betekend hebben in de geschiedenis van de Vlaamse radio. Ze weten uiteraard wel wat hun papa heeft uitgespookt in die woelige jaren van de strijd om de ether.
Ik herinner me overigens die keer dat Tiago toevallig eens een stukje uit Alles gaat voorbij (jaja, dat boek) las, onder lichte dwang waarschijnlijk. Het eerste wat hij zei, was niet amai vader, gij zijt een echte held (ik had het anders wel fijn gevonden om dat uit zijn mond te horen), maar wel papa, wat is dat, “de ether”?. Maar goed, ik bedoel, het tijdperk van de radio is aan hen voorbijgegaan. Ze spreken zelfs een andere taal.
Voor hen zijn het allang YouTube, influencers en challenges, en allemaal andere dingen die ze gewoon noncha vinden. En Enzo Knol en De Bankzitters? Dàt zijn hun GOATs. De radio? Dat is voor hen echt skeer. Tja, het is wat het is. Als ze dit ooit lezen, zullen ze het hoogstens cringe noemen, totaal geen vibe.
Kortom, er zal heus ooit wel een dag komen dat ze wel degelijk met de nodige trots in hun stem zullen vertellen over de Avonturen van Onze Papain Radioland, dat weet ik ook wel. Voorlopig is het eerder omgekeerd. Toen Tiago vorige week de resultaten toonde van de eerste examenperiode van zijn bachelor in de geneeskunde, vond ik dat ver van cringe. Grote fokking onderscheiding. Een papa heeft niet veel meer nodig dan dat om van binnen bijna te ontploffen van trots.
Tot zover dit nieuws uit onze familiale nieuwsbrief. Je zal mij deze uitweiding wel vergeven, neem ik aan.
Die nooduitzendingen van Maeva dus. Ze hebben echt wel plaats gevonden, neem het van me aan. Het blijft evenwel raar om die fragmenten terug te horen. Echt waar. Toen Marc en ik de bewuste aflevering aan het opnemen waren in mijn bescheiden landgoed, merkte ik dat ik onbewust mijn ogen sloot en dan ging het interne terugreizen in de tijd bijna vanzelf. Ik voelde zonder moeite de emoties terug die ik toen had gevoeld.
Opwinding. Boosheid. Schrik.
En jawel, ook de wetenschap dat er honderdduizenden aan de andere kant zaten te luisteren naar elk woord dat ik sprak. Zelfs het besef dat ik samen met mijn collega’s geschiedenis schreef. Natuurlijk had ik er toen geen flauw benul van dat ik uitzendingen maakte die decennia later terecht zouden komen in een zogeheten podcast. Maar ik wist heel goed, dat het bijzondere tijden waren waarin ik een rol mocht spelen.
De schrik die ik voelde, kwam overigens vooral voort uit de gedachte dat het Maeva-avontuur wel eens afgelopen zou kunnen zijn. Alles gaat voorbij, je weet wel.