Aan u de keuze

Zie ze rijden, de gekleurde mannetjes in de Ronde van Italië.
Vijf jaar geleden, in het magische jaar met de drie nullen, stond ik in een ziekenkamer in het gasthuis van Aalst (daar waar de koning ooit lag, ja) en de tv toonde daar diezelfde gekleurde mannetjes tijdens diezelfde jaarlijkse koers. De man in het bed was mijn vader, een koers- en voetbalfanaat in hart en nieren. Met zijn nieren was niks mis, met zijn hart des te meer.
“Het interesseert me niet meer,” zei hij, wijzend naar de fietsende mannetjes.
Welnu, dat vond ik geen goed nieuws. Een paar dagen later, op een zondagochtend, kreeg ik dan ook telefoon van mijn schoonbroer. Mijn vader was er niet meer. 
(mijn oma, mijn vader, mijn broer, mijn ex-schoonvader, een aantal goeie vrienden.. hun dood werd me telkens telefonisch gemeld – geen wonder dat ik telefoons heb leren haten.. hoe ben ik ooit bij het fijne kabelbedrijf terechtgekomen, waar ik elke dag uren aan de telefoon zit?)

Zou het verlies aan interesse in iets waar je ooit zo gek van was, altijd betekenen dat je aan het einde van je latijn en van je leven bent? Laten we hopen van niet, vrienden. Mijn interesse voor de hedendaagse radio is nog minder dan die van de doorsnee mens voor diezelfde hedendaagse radio. Nu hou ik me ook niet bepaald wanhopig vast aan de dingen die voorbij zijn, aan de radiojaren van vroeger. Die zijn hoe dan ook onherroepelijk voorbij, dus je daaraan vastklampen heeft geen zin.

Dat neemt niet weg dat ik het af en toe wel aangenaam vind om aan vroeger te denken en eens te luisteren naar de kleine geluidjes die ik sinds kort online zet. Maar wat dat betreft, is het wellicht uit met de pret. Ik had jullie toch verteld van die ouwe Akai bandrecorder die ik een tijd geleden in bruikleen kreeg van de mannen van Forest? Welnu, ik heb begot een aangetekende dreigbrief gekregen van de twee bejaarde ex-bazen van ex-Forest. Of ik de bandrecorder voor 18 mei wil terugbezorgen, zoniet ondernemen ze juridische stappen. “Aan u de keuze”, zo schrijven ze nog zeer fijnzinnig onderaan. Alsof ik hun prullen zou willen houden, dacht ik enigszins geërgerd na het lezen van de brief. Toen ze een aantal weken geleden zonder waarschuwing de stekker hadden uitgetrokken, beloofde ik dat ze hun bandrecorder natuurlijk terugkregen, nadat ik al mijn oude banden zou overgezet hebben op computer. Geen probleem, zeiden ze toen. En ge zijt toch niet kwaad op ons hé, Ben?  Toen niet, nee.

Enfin, laat ik toch vooral niet tè boos worden op die twee broers, hun grijze haren doen me een beetje aan die van mijn vader denken. Plus daarbij: aan het geneuzel in die brief te zien, is hij ofwel geschreven door een would-be advokaat ofwel door de vrouw van één van de broers. Ik heb dat nog meegemaakt in mijn carrière. Radiobazen waar ik voor de rest goed mee kon opschieten, die geregeerd werden door een bitse vrouw. Wee je gebeente als je dààr mee te maken krijgt.

Nu, ik zal wel op zoek gaan naar een tweedehands bandrecorder om de rest van mijn archief voor de eeuwigheid veilig te stellen. 

Verder gaat alles naar wens. Mijn vakantie is bijna een week voorbij, het fijne kabelbedrijf is opnieuw mijn dagelijkse decor, de zon schijnt vandaag, er komt een lang weekend aan, mijn belastingsbrief viel dit jaar goed mee en ik ben al een paar weken compleet in de ban van de schitterende serie Stargate SG-1, die ik sinds kort heb leren kennen. Kortom, wat er ook verkeerd gaat in dit leven, ik vind altijd wel iets troostend waar ik me aan optrek.

Maeva, of de ronde van Vlaanderen

Heel dat gedoe rond Forest en de stekker die daar heel onverwacht werd uitgetrokken gisteren, deed me vanmorgen (op weg naar het werk) terugdenken aan de vroege jaren tachtig van de vorige eeuw, toen Maeva dik in de problemen kwam door de voortdurende inbeslagnames. We waren inmiddels voorgoed verdreven uit het Ukkelse appartement. De studio’s daar waren uiteindelijk verzegeld en Maeva was voor immer en altijd persona non grata geworden in het Brusselse.
De Witte Villa was nog niet gevonden, en dus waren we op de dool, van hier naar daar, steeds weer uitzendend vanop andere locaties in het Vlaamse land.

Zo zonden we een dikke week uit van bij Noël D’Hont bijvoorbeeld (zie Frambosius uit Heusden) en waren we van plan om te gaan uitzenden vanop de Kluisberg, waar toen toch al een relaisstation van ons stond. Ook hadden Valain en de raad van beheer het drieste plan om die enorm hoge mast die jarenlang in Lebbeke stond te kopen en daar een caravan onder te zetten om van daaruit de Maeva-programma’s de ether in te slingeren. Dat laatste idee ging niet door, helaas. Lef had Maeva in elk geval wel.

Maar waar ik toe wilde komen: Valain had op een dag het idee om gewoon naar een bestaand lokaal station te stappen en met poen uit te pakken om een tijdlang de Maeva-programma’s van daar uit te zenden. Ik ben na al die jaren echt waar kwijt wààr het precies was – andere mensen zullen dat ongetwijfeld wel nog weten – maar het ging in elk geval ongeveer op de volgende manier. Valain nam ons (de live-jongens dus) mee naar dat station. Er was daar al een studio, dus dat was gemakkelijk. Noël bracht een Maeva-zender mee, een dikke Bertha. Het plan was om die aan te sluiten op de bestaande mast en baf! we zouden vertrokken zijn. We kwamen aan bij die radio, samen met de baas van dat station en we gingen binnen. Een plaatselijke dj was programma aan het doen. De baas zei: ‘We stoppen ermee, want Maeva begint hier’ en hij nam hoogstpersoonlijk de naald van de plaat die toen aan ’t draaien was. De arme dj van dienst mocht meteen beschikken. 

De studio stond overigens vlakbij de plaatselijke discotheek en ik herinner me de sensatie toen tijdens het weekend de zender van Maeva keihard stoorde op de geluidsinstallatie. Lang duurde dat avontuur ook niet, maar de baas had wel een stapeltje flappen ontvangen van Valain. ’t Was heus niet allemaal romantiek hoor, de Maeva-belevenissen. Keiharde poen speelde eigenlijk constant mee op de achtergrond, maar wij lieten dat maar gebeuren, voor ons was het op elk moment een spannend jongensboek, een heerlijk piraten-avontuur waar wij niet alleen op de eerste rij zaten, maar waarin we ook nog eens een hoofdrol mochten spelen.

De stekker uit en gedaan

Altijd komt er iets tussen!
Nu was ik echtig van plan om nu toch over de aprilgrap van Maeva te vertellen, maar ik moet eerst iets anders vertellen, rechtstreeks uit de Twilight Zone. Twee uur geleden kreeg ik telefoon van één van de bazen van Radio Forest. Met bazen bedoel ik de eigenaars, twee broers op redelijke leeftijd die wel de vzw in bezit hebben maar voor de rest zo goed als niks met de radio te maken hebben. Eén van de twee – ik kan ze nooit uit elkaar houden – vertelde mij dat hij slecht nieuws had. Ik dacht eerst dat hij pas nu vernomen had dat de paus overleden was en dat hij mij daarvan persoonlijk op de hoogte wilde brengen. Maar neen, het was ander slecht nieuws.
‘Het is gedaan met de radio,’ zei de broer, ‘we gaan zometeen de pries uittrekken
Zo gezegd, zo gedaan. Even later hoorde ik effectief niks meer op de 105.2. Het was geen grap, het was voor echt. Ik ben nog op een rappeke naar de studio gereden om mijn koptelefoon mee te nemen en tegelijk en passant te voicetracken voor Extra Gold voor deze week, en dat was het dan.

Ik heb het nieuws dan ook maar via gsm laten weten aan Marc, die een weekje in de Ardennen zit. Voorlopig is er dus geen Zondag Zondag meer, zoveel is zeker. Als er geen studio beschikbaar is, is er ook geen programma. En wat ik met Extra Gold moet doen, dat vormt ook nog een raadsel. Kortom, spannend!

Volg dit weblog voor meer boeiende avonturen van Kuifje in radio-land!

Over Michel Follet en die kutradio

Het was 12 uur vandaag toen ik mijn headset ging overhandigen aan Véronique, teamleader van het retention team waar ik de afgelopen zes maanden heb doorgebracht. Morgen zal ik wel een andere headset krijgen op de klantendienst, neem ik aan. Raar dat ik in mijn beide levens gebruik moet maken van een koptelefoon om te doen wat ik doe. Geen wonder dat ik doof aan ’t worden ben. Dat doet me op de één of andere manier denken aan Michel Follet, de presentator met de warme stem en inmiddels zo goed als doof aan één kant.

In een ver verleden, toen de dieren af en toe nog eens spraken, kregen we bij Radio Huguette een proefbandje (een demo dus) binnen van een nog volslagen onbekende jongeman die graag programma wilde maken bij ons. Samen met Peter Hoogland beluisterde ik het bandje en we kwamen tot de slotsom dat Michel niet slecht klonk, maar veel te BRT-achtig. En dus konden we hem helaas niet gebruiken. Tja, als een mens jong is en vol van zichzelf, maakt hij al eens verkeerde keuzes.

Maar goed, ik was bezig over vanmiddag op het werk, ’t moet immers niet altijd over die kutradio gaan. (anekdote tussendoor: enige jaren geleden, toen Arie van Loon nog volop leefde, kwam hij met Booike en de twee jongens naar het toenmalige Melipark. Family Radio was daar met de mobiele studio en Arie vond het een goeie gelegenheid om Marc en mij nog eens te zien na twee decennia. Zijn twee kleine jongens hadden, in tegenstelling tot hun papa, alleen maar belangstelling voor de attracties in het park en hadden totaal geen oog voor de mobiele studio. We wil-len he-le-maal niet naar die kut-radio! scandeerden ze in koor.)

Het werk dus. Ik zwaaide op mijn beurt even naar de sympathieke collega’s waar ik een half jaar mee heb doorgebracht en ik verliet het pand. Zo, alweer een afscheid achter de rug.
Op de parking kwam ik Thierry nog tegen, mijn fijne ex-supervisor van vroeger. Hij had goed nieuws. Ik weet niet of ik het zomaar openbaar mag maken, dus ik zal het in codetaal neerschrijven. Listen very carefully, I shall say zis only wènce. Het heeft iets met kinderen te maken en met nog zes maand ongeveer. Nadat ik Thierry dus had gefeliciteerd met zijn aanstaande vaderschap, reed ik naar huis.

Morgen is het 1 april, schatjes. Laat u in godsnaam niet beetnemen en probeer de dag door te komen zonder kleerscheuren. En morgen, toepasselijker kan het niet, zal ik het eindelijk eens hebben over de zeezender-aprilgrap van Maeva.

(nawoord van de auteur: geef toe dat je aan de hand van de titel van dit stukje iets heel anders had verwacht! Qua teaser kan dat tellen.)

Mijn Jersey Girl

De MS Magdalena in 1979 – (c) onbekend

Wel ja, hoe gaat dat in het leven? Je hebt van die lange periodes tijdens dewelke je zo goed als nooit meer denkt aan andere tijden in je bestaan en dan hoor/lees/ruik je iets dat je met een rotvaart terug in je eigen verleden laat roetsjen.
Door die mail van Martien Engel en de site van Mi Amigo 192 ben ik wat aan ’t rondsurfen geweest en kwam ik terecht bij een andere, voor mij ronduit fijne website waar ik ooit al eens op terecht was gekomen maar waarvan ik het bestaan zo goed als vergeten was.

Dossier Mi Amigo is van de hand Theo van Halsema en is een aanrader voor iedereen die ooit naar Mi Amigo heeft geluisterd, of het nu om de originele ging of om het vervolg vanaf de Magdalena. De site bevat tientallen teksten uit krantenartikels die ooit verschenen over Mi Amigo.

Zelf heb ik tijdens mijn verblijf aan boord flink wat foto’s genomen maar die werden allemaal in beslag genomen door de Nederlandse politie, dus je kan je wel voorstellen dat ik met een flinke brok van nostalgie in de keel plots na 26 jaar een foto zag van het toilet op de Magdalena. Rare ervaring: na een dikke kwarteeuw zit je nietsvermoedend op internet te zwalpen en zie je plots de godvergeten wc terug waarop je zelf nog hebt gezeten tijdens een zomer op de Noordzee, een zomer die redelijk allesbepalend is geweest in je leven.

Op diezelfde site staat ook nog de volledige programmering en ik moet lachen als ik zie dat ze mij op zaterdagochtend het programma Muziektrein hadden gegeven, een programma voor de derde leeftijd. Tjonge, ’t was wel echt een breed format. 

Terwijl ik zo op die website de geur van 1979 zit op te snuiven, moet ik mezelf bijna echt dwingen om de realiteit onder ogen te zien: al die teksten gaan wel degelijk over een stukje geschiedenis dat ik zelf heb meegemaakt, waar ik met mijn gat bovenop zat. En geen haar op mijn hoofd dat er toen aan dacht dat ik een stukje geschiedenis meemaakte. Ik besefte toen enkel dat ik zat waar ik in mijn jongensdromen altijd had willen zitten. Geen zorgen, geen gezever. Plaatjes draaien vanop de zee. De kust, de rest van de wereld en de toekomst ver weg. Nothing matters in this whole wide world when you’re in love with a Jersey girl, zou Springsteen jaren later zingen.

Mijn Jersey girl heette drie maanden lang Magdalena.

Mi Amigo lied vanaf de Noordzee, 1979

Een schop van de zangeres

Luc de Groot

Mijn schattige Travelmate doet op dit ogenblik waar hij voor gemaakt is: op mijn schoot zitten en zijn toetsjes reikhalzend naar mijn vingers laten smachten. Nu, ik moet bekennen dat mijn vingers de toetsen ook gemist hebben, eerlijk waar. Maar ja, er bestaat ook nog zoiets als een leven en dat speelt zich meestal geheel af buiten de virtuele wereld van dit weblogje.

Donna Summer klinkt op dit ogenblik uit de beperkte luidsprekers van mijn laptop want Luc De Groot is aan de gang met de Top 40 op Extra Gold. De muziek brengt het gouden jaar 1974 weer min of meer tot leven met de geluiden van mijn jeugd, lang vergeten en voorbij. Hij doet dat niet slecht, de Luc. Ik heb altijd al een hekel gehad aan hitparades op de radio, dus hij liever dan ik maar hij is er wel de geknipte man voor. Zijn feitenkennis is oneindig maal groter dan die van mij. Voor de rest wil ik niet echt het platgetreden pad opgaan van de ouwe venten die, zuchtend naar voorgoed vervlogen tijden vroeger was het toch beter zeggen tegen iedereen die het meestal niet wil horen, maar de muziek die ik nu hoor, doet me toch beseffen dat die wonderjaren nog niet zo slecht waren.

De Lukken klinkt overigens redelijk zenuwachtig, maar ja hij beseft ook wel dat hij nu beluisterd wordt via internet door vriend en vijand. Er zal op de nieuwsgroep weer gescheten worden dat het een lieve lust is, neem ik aan. En bij voorkeur anoniem natuurlijk. Ach ja. 

Hoe is het eigenlijk voor de rest in het leven dat zich geheel afspeelt buiten de virtuele wereld van dit weblogje? Welnu, de ene helft van mij travakt nog altijd bij het fijne kabelbedrijf, zij het dan dat ik vanaf volgende week vrijdag weer op die goeie, ouwe klantendienst zal zitten. Ik heb namelijk wijselijk besloten dat de dienst waar ik nu bijna een half jaar zit toch ietsje te commercieel is voor mij. Ik heb het al eerder gezegd hier: ik ben geen goeie ondernemer. Als ik iets moet verkopen aan iemand en die persoon zegt nee, heb ik al snel de neiging om te zeggen geen probleem, mevrouw, doet u maar. En dat is dus niet goed op een commerciële dienst, mensen. 

Kapellestraat, Hamme

Ooit hadden Marc en ik het gouden idee (in tijden dat er nog geen sprake was van regionale televisie, moet je rekenen) om op maandelijkse basis een video te produceren met daarin een soort van regionaal journaal, afgewisseld met reklamespots voor plaatselijke bedrijven en zo. We hadden een uitgebreide folder gemaakt en gingen dus reklame ronselen voor De Hamse Beeldkrant zoals we het hadden gedoopt. De eerste winkel waar we binnenstapten (ja, we hadden gekozen voor hard selling, door to door hoewel die termen toen nog niet bestonden) was Parfumerie Nancy in de Kapellestraat in Hamme, ik vergeet het nooit. We waren daar op 30 seconden weer buiten. De madam van de winkel liet ons niet eens uitspreken en zei meteen nee. Toen al wisten we het eigenlijk: we mogen dan misschien wel geen onverdienstelijke radiomakers zijn, maar grote commerciële talenten zijn we zeker niet.

Jerney Kaagman (Wikipedia)

Waaauw! Ik hoor nu Love Of Life van de onvolprezen Earth and Fire in de Top 40. Tjonge. Jerney Kaagman was de knappe zangeres van die groep, en ooit -in 1974, denk ik- traden ze op tijdens de Hamzofee, de jaarlijkse driedaagse feesten van de Broederschool in Hamme. Herman Brusselmans en ik gingen daar toen naar toe, want we wilden Jerney wel eens in het echt zien. We stonden op de eerste rij, vlakbij het podium, en Jerney stond voor onze neus. Herman wilde haar begot eens aanraken en hij stak zijn hand uit naar haar benen. Hij kreeg toch wel een schop van ons idool, zeker! Ja, de jaren zeventig, dié komen alvast nooit meer terug.

En Zondag Zondag, hoe zit het daarmee? Dat bestaat nog altijd, vorige week zelfs exact een jaar. We hadden, om het toch een beetje feestelijk te maken, drie uur lang Nederlandstalige hits op het menu staan, èn het bezoek van Werner Michiels. Werner hebben we gebombardeerd tot onze sales manager want we gaan het programma nu ook aanbieden aan lokale radio’s die het op zondag rechtstreeks willen overnemen. Qua reklame ga ik niet verder dan dit. Wie interesse heeft, mag contact opnemen met de Werner.

Joeri Toté

Dat werken voor het fijne kabelbedrijf overigens niet geheel zonder levensgevaar is, heeft onze Forest-collega Joeri Toté onlangs bewezen. Bij het installeren van een nieuwe internetklant is hij met name van een ladder gevallen en heeft daarbij minstens zijn beide armen gebroken en voor de rest gelukkig niets. Ik voel met hem mee en hoop hem binnenkort terug te zien, in het volle gebruik van al zijn ledematen.

De Top 40 is net gedaan, en dit stukje ook. De nummers twee en één moesten worden afgebroken vanwege slechte timing en dat mag eigenlijk niet gebeuren bij een hitparade. Da’s één van de redenen dat ik er zo’n hekel aan heb om een hitparade te presenteren: radio wordt dan al snel meer een kwestie van rekenen dan van iets anders.

Tot binnenkort, lieve vrienden. Hopelijk is dat morgen al of zo, want ik heb nu toch weer het goeie voornemen gemaakt om er opnieuw een dagelijkse gewoonte van te maken. Nu ga ik eerst eens wandelen in mijn hof, denk ik. De beloftevolle geur van de lente opsnuiven en de frisgroene blaadjes van mijn treurwilg bewonderen, ’t is een deel van het onherroepelijk voortschrijdende leven dat zich voornamelijk afspeelt buiten de virtuele wereld van dit weblogje.

Een Hollander in de Kempen

Om eens te antwoorden op enkele vragen die door bezoekers van dit weblog gesteld werden, wil ik graag vijf minuten de tijd nemen. Waar zit Jeroen Straeter? is de vraag die een paar keer werd gelanceerd.

Welnu, waar Jeroen op dit ogenblik zit, ik zou het niet weten. Hopelijk gezond en wel in zijn bed, het is al laat. Voor zover ik weet, staat dat bed nog steeds in Antwerpen, waar Jeroen zijn medewerking verleent aan het multikleuren-project Multipop. Nu wil het toeval dat ik zelf nog bijna een jaar heb meegewerkt aan die radio. Shit, als ik het zo eens bekijk, heb ik aan flink wat radio’s meegewerkt in de voorbije decennia. Multipop was in elk geval de enige radio waar ik nooit mijn stem heb laten horen in de ether, ik was er enkel als administratieve kracht en zo. Jeroen had mij in het najaar van 2000 weggehaald bij Family Radio in Brussel en dat kwam goed uit, ik was het daar inmiddels redelijk kotsbeu. Sommige mensen begrepen niet waarom ik een goedbetaalde job bij een nationaal station inruilde voor een kantoorjob bij een lokale radio voor minderheden in Antwerpen. Ik zei het al, ik was het hypocriete gedoe in Brussel beu en werken met Jeroen was eigenlijk wel een verademing. 

Jeroen Straeter (c) Stad Breda

Wat deed ik bij Multipop? Tja, ik was o.m. de persoonlijke agenda annex secretaris annex praatpaal van Jeroen, en for the time being deed ik dat wel graag, ook al omdat de mensen die daar rondliepen veel beter meevielen dan de meesten in de Oorlogskruisenlaan. 
Dave bijvoorbeeld, hoe zou het daar mee zijn? Hij was zo’n beetje de allesregelaar bij het station, en we kwamen goed overeen. En de vriendin van Jeroen, Dagmar. Ondanks het feit dat ze fotomodel en zangeres en zo was, vond ik haar wel een lieve.

Kris Borgraeve

Oh ja, ik werd ook ingezet als eenmansredactie voor Kris Borgraeve die bij Multipop de interviews en reportages deed. 

Mijn Multipop-tijd was ook geen lang leven beschoren en in juni 2001 kreeg ik te horen van Jeroen dat ik mocht beschikken omdat ik te duur was. Tja, voor niets deed ik het natuurlijk niet, ik werkte toen nog niet bij het fijne kabelbedrijf en er moest af en toe een boterham in huis komen. 
Voor zover ik weet, bestaat Multipop nog en werkt Jeroen er nog altijd aan mee. De website van het station is in aanmaak, zoals ze ook al in aanmaak was toen ik er nog zat. 

Laat er geen misverstand over bestaan: Jeroen is een toffe gast, met hele goeie ideeën over radio en hij is ook een uitstekende verkoper met een vlotte babbel. Zo eentje die ijs aan de eskimo’s zou kunnen verlappen

Voor de mensen die mij vroegen waar Jeroen tegenwoordig uithangt: adres, telefoon, fax en e-mailadres staan op die site. Doe hem vooral de groeten van mij. 

(op mijn to do-lijstje: vertellen over mijn tijd bij Impakt Reklame in Turnhout, het produktiebedrijf van Jeroen en over Uniek FM, ook al van hem)

Ik ben geen goeie ondernemer

De nieuwsgroep be.radio staat de laatste dagen weer bol van postings over Maeva en alle mogelijke afgeleiden. Ik volg meestal met zijdelingse belangstelling dat soort van discussies, zonder mij zelfs maar te ergeren aan de bijdragen van mensen die van ver de klok hebben horen luiden terwijl ze er toch geen idee van hebben waar de klepel hangt. Die belangstelling heeft natuurlijk te maken met het feit dat het hier onderwerpen uit mijn eigen verleden betreft. 

Zo gaat het nu, behalve over Maeva, ook al over Radio Bravo, over de Maeva-reünie in 2001 en het daaruit volgend kabelavontuur, en ook wordt er 3geschreven over het mogelijke bestaan van een ketenradio onder de naam Mi Amigo in de jaren 80.

Die ketenradio heeft nog echt bestaan ook, en ik heb er bijgezeten. Meer nog, ik deed er de programmaleiding, samen met mijn twee toenmalige gabbers Marc Hermans en Eric Hofman. De keten was voortgevloeid uit de Mi Amigo in Duisburg die uitzond op 107.8, aan de rand van de band. En nee, dat was niet alweer een droom van Hofman, zoals iemand die het denkt te weten het beweerde op de nieuwsgroep. De radio in Duisburg bestond al onder de naam Radio Lipstick en werd pas Mi Amigo toen Ronny Van Gelder, samen met Marc en ik een verbond aangingen met Guido Van Linthout van Lipstick. Eric Hofman kwam er later wel bij. Die Mi Amigo zond met een zwaar vermogen uit en zorgde voor concurrentie tegen de snel achteruit boerende Maeva. 

Toen de zender in Duisburg het zwijgen werd opgelegd, besloten Eric, Marc en ik door te gaan met Mi Amigo, maar dan onder de vorm van een samenwerkingsverband tussen een aantal lokale radio’s die de opgenomen Mi Amigo-programma’s uitzonden. Dat duurde wel een tijdje, tot het stukliep op gebrek aan geld. Iemand verwoordt het vrij accuraat op de nieuwsgroep: goeie radiomakers zijn zelden goeie ondernemers.

Ik ben blij dat ik geen goeie ondernemer ben. Meer nog, ik ben daar redelijk trots op. Er is niets mis met ondernemen of zakendoen – vrijheid blijheid, het is een motto dat al heel mijn leven in mijn liberaal hartje woont – maar het is niets voor mij. 

In de stille Kempen

Benny Baeten

Ik heb zowaar een mailtje gekregen van Benny Baeten. Die uit de Kempen, jawel. Niet de originele die naar Spanje vertrokken is en mij een half jaar geleden of zo ook al mailde, maar de gekloonde naamgenoot die deel uitmaakte van mijn Kempense periode. Uniek FM in de Victoriestraat in Turnhout, weet je wel. Mijn Straeter-tijd noem ik die periode wel eens schertsend. Mijn God, waar is de tijd.
Zalige periode, daar niet van. Marc en ik hebben daar enkele fijne zomers doorgebracht. De winters waren minder aangenaam, maar ook die gingen voorbij. Sinds de Maeva-tijd heb ik een flink aantal radiobazen versleten en ben ik zelf ook een flits in de eeuwigheid radiobaas geweest, maar een radiobaas als Jeroen Straeter maken ze niet meer tegenwoordig.
Ik ben redelijk veel kwaad geweest op die gast (ik niet alleen trouwens) maar hij slaagde er toch telkens weer in om dat kwaad bloed te laten bedaren. Charisma, heet dat. Een soort Valain-gehalte was hem niet vreemd.

Shit, ik herinner mij nog die keer dat Chris Van Opstal al een tijdje geen geld had gekregen voor zijn programma’s en dat hij dat uiteindelijk zo beu was dat hij in de studio de non-stop had opgezet tot Jeroen verbaasd kwam vragen waarom er niet gepresenteerd werd. Waarop Chris de gevleugelde uitspraak deed: “Geen flappen, nie klappen!”
Hij kreeg uiteraard tenslotte zijn geld zoals iedereen dat uiteindelijk wel kreeg. 

Benny Baeten bij Uniek FM, 1989

Of die keer dat Marc Hermans programma aan ’t doen was in het uitstalraam in de Victoriestraat, met uitzicht op de voorbijfietsende Turnhoutse jeugd, de zon in het gezicht tijdens alweer een Kempense zomer in het begin van de jaren 90. ’s Middags ging Jeroen meestal eten in Het Wapen Van Turnhout, onze stamtaverne eigenlijk. En Jeroen had een hekel aan alleen eten, dus die middag ging hij Marc uit de studio halen, midden in het programma. “Ja maar, ik ben programma aan het doen,” sputterde Marc heel terecht tegen. En Jeroen, tenslotte toch de baas van Uniek FM, zei alleen maar: “Nou, dan zet je toch gewoon de automaat op joh”.

Jeroen Straeter, 1989

Enfin, over Jeroen Straeter zijn hele weblogs vol te schrijven, en wellicht doe ik dat nog eens als ik eens een maandje niets schrijf op mijn eigen weblog, haha. Nee serieus, ’t was een zeer aangename tijd, onze Kempense periode. En Benny Baeten maakte daar dus heel opvallend deel van uit. Deze jonge, blonde god was een toffe gast waar ik heel goed mee kon opschieten. Hij had zo goed als altijd een hele trits jonge Kempense meiden achter zijn gat, maar tegenwoordig (zo laat hij mij weten) is hij heel gelukkig gezinshoofd en zijn de vrouwen verleden tijd, behalve de zijne. Hij heeft ook totaal geen voeling meer met het radiowereldje, en toen ik dat las, voelde ik begot heel even een steekje jaloezie.

Stevie Timmermans, 1989

Ja, er is nog wel meer in het leven dan alleen maar radio. Daarom dat het ook zo makkelijk gaat (denk ik), een maand niks schrijven in dit weblog. Natuurlijk heeft de wereld niet stil gestaan. Op sommige plaatsen heeft hij zelfs gebeefd dat het niet mooi meer was. In mijn eigen privé-bestaan is één van de wensen uit mijn lotto-droom uit gekomen: ik loop sinds nieuwjaar rond met een iPod die 20 gig aan muziek bevat. Ik heb er meteen een iTrip bij gekocht, zo’n FM-zendertje waardoor je naar je eigen favoriete muziek kan luisteren op de autoradio.

Verder kan ik u melden dat Zondag Zondag nog altijd bestaat, dat ik nog steeds mijn dagelijkse radiobijdrage lever aan Radio Forest en het Westvlaamse Extra Gold, dat Maeva FM uiteindelijk de wapens heeft neergelegd, dat de Lukken het verre van gemakkelijk heeft, dat Koen Godderis op zodanig opvallende wijze van de nieuwsgroepen verdwenen is dat iedereen het erover begint te hebben en dat ik na een maandje toch weer lichte trillingen in mijn vingers voelde die mij aangaven dat het tijd werd om me opnieuw op het webloggen te storten.

En Marc en ik zitten nog steeds dagelijks op anderhalve meter van elkaar in de gebouwen van het fijne kabelbedrijf, waar we ons proberen te handhaven in de wereld van targets en commerciële argumenten waarmee we de concurrentie dienen te overtroeven. We zijn zelfs allebei al lid geweest van het Gouden Team. In de praktijk betekent dit dat je dan in het aanschijn van de hele afdeling letterlijk gekroond wordt met een gouden kroontje op je kop en een blinkend jasje aan je lijf. Lachen geblazen, jawel. Ik denk dat we allebei al iets te veel jaren achter de rug en iets te veel kerven in onze ziel hebben om daar nog veel plezier aan te beleven zodat het wel eens omgekeerd zou kunnen werken. Alleen zoeken we nog een manier om dat voorzichtig duidelijk te maken aan de mensen die het voor het zeggen hebben.

Ik denk dat ik zometeen mijn bed induik, want morgen is het vroeg dag. Maar wees niet bevreesd, ik ben terug, en mijn vingers tintelen weer.

Ik heb geen zin om op te staan

Ron Van de Plas

Zo met de vroege staan, da’s ook maar niks.
Bed uit om zes uur en een halfuurtje later de auto in, deel gaan uitmaken van de miljoenen mobiele medeburgers. 
Ja, ik weet het, gij daar op de laatste rij. Ik ben niet de enige. Uiteraard niet, er zijn nog miljoenen andere van die zotten die elke dag zo vroeg gaan werken. 

Het probleem is: altijd al een nachtmens geweest, ikke. Moeilijk het bed in, moeilijk het bed uit. Zelfs in mijn wonderjaren bij radio Maeva had ik dat probleem al. Ik kon toen in principe wel recht uit bed de studio in zwijmelen en Wekkerwacht beginnen zonder in de file te staan, maar dat vroege opstaan lag ook in die oertijd niet in mijn natuur.

In deze computergestuurde tijden loopt alles volautomatisch – een station dat door afwezigheid van een presentator uit de lucht gaat, is een rariteit geworden – maar ooit was het anders. Ik herinner me zo’n ochtend bij Maeva die redelijk spectaculair verliep, om het zacht uit te drukken. Ron van de Plas was een paar dagen met vakantie, ik was dus helemaal alleen in het appartementje in Ukkel en zoals gewoonlijk was ik weer eens tot een kot in de nacht blijven plakken bij Ronny Van Gelder. Ron is overigens afgelopen zondag nog te gast geweest tijdens Zondag Zondag maar ik zal het daar later over hebben anders dwaal ik af. 

Achiel, Valain, Hugo Adam

Waar was ik? Oh ja, helemaal alleen in Ukkel. Helemaal vertrouwend op mijn wekkerradio die op een goeie vijf centimeter van mijn oren stond. Het was echt in de vroegste periode toen we nog geen telefoon hadden gekregen van papa Valain. GSM’s moesten ook nog uitgevonden worden. Mijn wekkerradio begon elke ochtend om 05.30 een hels lawaai te maken. Normaal werd ik daar gewoon netjes wakker van (en als dat niet het geval was, stond Ron wel naast mijn bed, oh ja) en rond 05.35 zat ik dan in de living een sigaretje te roken met de radio zachtjes op het programma van Wout Wolkema. Ik weet nog dat ik om 05.38 meestal naar de ledjes van de wekkerradio keek en dan altijd aan Veronica moest denken. Den Hofman zal het graag lezen. En om 06.00 zat ik dan met dampende koffie in de studio om Maeva tijd de juiste tijd altijd te draaien en de prachtplaat te starten.

Niets van dat alles gebeurde die ochtend. Bibi bleef gewoon doorslapen, het helse lawaai van de wekkerradio drong niet tot mijn brein door en Ron was er niet om me wakker te brullen. En zo geschiedde het, waarde lezer, dat het programma van Woutje gevolgd werd door stilte en Maeva om zes uur enkel een draaggolf vertoonde. Gelukkig hadden de mannen van de raad van beheer van de vzw Maeva een schitterend noodscenario bedacht voor dergelijke calamiteiten. Ze hadden een toerbeurt ontwikkeld waarbij ze – als ze van dienst waren – om zes uur moesten luisteren of Wekkerwacht op tijd begon. Zo niet, dan werd Peter Hoogland uit zijn bed gebeld omdat die in Asse woonde, het dichtst bij de studio. Peter moest dan in zijn witte Capri springen en mij komen wakker maken.

Willy De Geest

Ik heb nooit geweten waardoor dat fameuze scenario die bewuste ochtend in de war liep maar ik werd wakker door allerlei stemmen die door mekaar aan ’t roepen waren. Hoo gland stond naast mijn bed, maar ook Rudy Vanacoleyen was aanwezig en Willy De Geest ook, geloof ik. En om het allemaal nog net iets dramatischer te maken, kwam Valain even later ook al binnenvallen. Ik werd niet echt gestraft, maar het mocht volgens onze grote roerganger niet meer gebeuren. Het was natuurlijk wel zo dat in die tijd redelijk veel luisteraars wakker werden met Wekkerwacht (daar was het programma tenslotte voor bedacht) en als ik geen programma deed, bleef het stil op de radio en bleven ook heel wat Vlaamse wekkerradio’s stil. Mijn excuses mocht u 23 jaar geleden te laat op het werk zijn gekomen.

Rondbuik

Enfin, het probleem loste zichzelf op toen we Kabouter Rondbuik leerden kennen. Die woonde een paar straten verder boven zijn bakkerij in Ukkel. Hij gaf mij een walkie-talkie en elke ochtend als ik wakker werd, moest ik hem oproepen. Als hij mij om 5.45 niet hoorde, wist hij dat er iets verkeerd was en kwam hij naar de studio om me alsnog wakker te maken. De arme man heeft dat toch nog een aantal keer moeten doen, tot we uiteindelijk van Valain telefoon kregen in het appartement.

Nu ga ik eerst een Marlboro opsteken en daarna zal ik het over zondag hebben. Ik zou eigenlijk weer eens moeten stoppen met roken, maar met al die regeltjes en wetjes en Marijn Devalck die van het Atomium of zo gaat springen als er 10.000 mensen stoppen met roken, zou een mens nog liever juist het tegenovergestelde doen en vrolijk verder blijven paffen.