Mijn wedervaren in de gevangenis

’t Is 18 september en ik zit buiten met mijn Travelmate. De notelaar in mijn eigen hof van Eden ziet er uit alsof hij het elk moment kan gaan zeggen, maar ik heb vernomen dat het met de notelaars in Vlaanderen over het algemeen niet zo bijster goed gaat dus daar lig ik niet echt wakker van.

Zo, dat was de sfeerschepping.
Nu terzake. De afgelopen dagen heb ik niet zo veel (niets dus) in mijn dagboek geschreven, o.m. omdat ik me bezig heb gehouden met de technische aspecten van dat ding. Eerst stond het geval op Skynet, daarna ben ik overgeschakeld op Typepad en nu ben ik Movable Type aan ’t uitproberen en Nucleus, dat ik dank zij LVBlog ontdekt heb. We zullen wel zien wat het geeft, maar ik amuseer me er mee en dat is het belangrijkste.

Normaal gingen Marc en ik deze namiddag naar het Waasmeer voor De Briljantste Stem maar er is iets tussengekomen. We zullen Werner Michiels binnenkort op zondag wel vragen voor een diepte-interview over dat evenement. 

Frans Babbelaar

Een diepte-interview zullen we ongetwijfeld morgen ook hebben met onze ex-collega Frans Babbelaar, één van de populairste stemmen indertijd bij Maeva. Ik weet niet hoeveel Babbelaars er in Vlaanderen op de radio zitten tegenwoordig maar Frans was de originele. Hij presenteerde op geheel eigen manier het programma voor de huisvrouwen. ’t Was nooit echt mijn ding, maar omdat een radiomaker radio maakt voor de luisteraar en niet voor zichzelf, kon ik mij indertijd best verzoenen met de Frans op Maeva. Het station werd mede door hem nog populairder, en dat was voor mij belangrijker dan het feit dat ik geen grote fan was. Ik zag Frans voor ’t eerst terug op de Maeva-reünie in Zoersel in 2001 en vorig jaar nog eens op de begrafenis van Denise. Hij zit nu op Maeva FM en hoewel ik hem daar nog niet gehoord heb, lijkt hij het toch goed vol te houden.

Frans Babbelaar en Ben

Ooit ben ik één keer razend op hem geweest maar dat heeft hij nooit geweten. Dat moet rond februari 1982 geweest zijn. Ik zou toen naar Aalst Karnaval gaan met Hilde, een meisje dat er een hele tijd tevoren in geslaagd was het (toen nog) privé-nummer van de studio te pakken te krijgen. Toen ze de eerste keer belde, kreeg ze Willy De Geest aan de lijn, want we zaten midden in een vergadering van de beheerraad. Willy gaf de telefoon aan mij met de legendarische woorden ‘Ben, ’t is uw lief aan de lijn‘ want zo had ze zich verdorie voorgesteld. Ik had toen helemaal geen lief op dat moment, dus ik keek wel even raar op. Soit, op die dag dat ik naar Aalst zou gaan, bleek er geen bandje van Frans te zijn en toen ik dat aan Valain liet weten, gaf hij me de opdracht in Ukkel te blijven om het programma over te nemen zodat ik te laat zou zijn op mijn afspraakje. Ah ja, ik had nog geen auto en moest dus de trein nemen en vanuit Ukkel was dat geen sinecure. Hoho, wat was ik woest. Op Valain èn op de Frans. Dju toch, ik was witheet en toch heb ik dan maar programma gedaan. Ronny Van Gelder heeft mij daarna nog naar Aalst gebracht. En koud dat het was die dag. Om de één of andere reden zijn Hilde (voor wie ik op dat ogenblik al redelijk wat gevoelens begon te krijgen) en ik nog heel even tot aan café Dirk Martens geraakt maar dat was gesloten en we hebben toen keihard om de Lukken staan roepen voor de gesloten deur. Tjonge tjonge, wat een mens allemaal onthoudt. 

Luc de Groot

Diezelfde Lukken heeft mij net gemaild dat hij binnenkort op zijn site toe is aan de history van 1979, het jaar waarin wij elkaar leerden kennen. Vooruit Lukken, geef er een lap op jongen! Het begint voor mij soms allemaal een beetje wazig te worden, maar ik meen mij te herinneren dat ik ergens in een wc stond te plassen toen er plots een stem naast mij weerklonk met de vraag ‘Bent u Ben van Praag?‘, en dat bleek toen LDG te zijn. Op een fanbal van Mi Amigo was dat, geloof ik. En zo is het begonnen. Later is Luc mij nog komen halen toen ik uit de Hollandse gevangenis kwam waar ik een dag en een nacht had gezeten na de entering van de Magdalena. Daarna kwam de periode waarin ik meewerkte aan Radio Plus waar Luc zo’n beetje programmaleider was, maar dat is dan weer een heel ander verhaal.

Die Hollandse gevangenis! Jongens, één anekdote moet ik daar toch nog snel over vertellen. Het was september 1979, de Magdalena was al een tijdje op drift toen het schip vastliep op een zandbank voor de Nederlandse kust. De hele bemanning werd door de politie van boord gehaald en naar den bak in Amsterdam gebracht. Ik had aan die mannen verklaard dat ik geen dj was maar een grote fan van Mi Amigo. Ja ja, een fan met een koffer vol met platen. Daar geloofden ze natuurlijk geen bal van. Nu, op weg naar de cel realiseerde ik me dat ik in mijn achterzak een paar papieren had zitten met telefoonnummers in België van mensen van de organisatie. Dus ikke zweten natuurlijk. Toen we arriveerden op het politiekantoor, was het eerste wat ik vroeg of ik eens naar het toilet mocht. Ja hoor, dat mocht. Ik scheurde de papieren in kleine stukjes en gooide ze in de pot. Even daarna kwam een Hollandse flik grijnzend naar me toe. ‘Nou jongen,‘ zei hij, ‘als je de volgende keer bewijsmateriaal wil vernietigen, moet je wèl doorspoelen, hoor‘. Op dat moment kon ik er zo niet mee lachen, maar nu wel natuurlijk. Voor crimineel ben ik in elk geval niet in de wieg gelegd, zoveel is duidelijk.

Radio in stukjes

Als reactie op Het Ukkelse Schema vroeg Steven VDP  waar de tape-programma’s van Maeva opgenomen werden. Leuke kapstok voor mij om daar wat over te vertellen.

De enige live-programma’s bij Maeva waren WekkerwachtLunchexpress en Nachtclub. Al de rest stond op tape, en elke dj nam zijn programma’s gewoon thuis op in een eigen ingerichte studio. Er waren, zeker in het begin, geen playlists. Er was geen echt format, er was eigenlijk niks. Iedereen mocht een beetje z’n eigen gang gaan, hoewel de grote lijnen wel waren uitgezet door Patrick Valain.

Edu de Groot, Bert De Groef, Patrick Valain, ik, Erwin Berghmans, Tony Van Rhode (1981)

De bedoeling was dat elke dj een hele week programma’s opnam en dan op zaterdag zijn bandjes ging afleveren in Overmere, bij Valain thuis. Daar werden dan ook de nieuwe berichten uitgedeeld, een wekelijkse brief met mededelingen of richtlijnen. De live-jongens (Ron en ik, later Arie en ik, nog later kwam Marc daar bij) waren daar zo goed als nooit bij aanwezig, wij werden redelijk gescheiden gehouden van de anderen. 

Aangezien alle programma’s in de eigen studio van de dj’s opgenomen werden, kon het ook niet anders of er waren soms duidelijke verschillen hoorbaar. Tegenwoordig zou dat natuurlijk niet meer kunnen, maar in die tijd vond niemand dat erg of zelfs maar raar.

In elk geval, meestal bracht Patrick later op zaterdag een hele zak met alle bandjes voor de komende week naar ons en wij mochten er dan voor zorgen dat de programma’s uitgezonden werden. Elk bandje begon met een aftelling waarbij de dj de naam van het programma zei en het tijdstip van uitzending, gevolgd door aftelling.. drie, twee, één waarna het eigenlijke programma startte. Ik herinner me dat er gasten waren die hun tape al lieten lopen terwijl ze nog van alles klaar moesten zetten en die deden dan een hele uitleg voor ze aan de echte aftelling toe waren. Meestal vrij grappig om te horen, behalve als we tijdens het nieuws en de uurwisseling beseften dat we het volgende programma nog niet klaar hadden gezet, en dat moest dan nog gebeuren tijdens een jingle of commercial net na het nieuws. Bij zo’n ellenlange aftelling waren het gevloek en de scheldwoorden vaak niet van de lucht. Nogal goed dat de collega in kwestie dat dan niet kon horen.

Later, vooral in de Witte Villa-periode, maakten sommigen er een sport van om hun programma niet meer voor een hele week op te nemen, maar soms de dag zelf nog. Vooral Peter Hoogland was bij de live-jongens berucht daarvoor. Soms stond hij tijdens het nieuws aan de deur te bellen en te zwaaien met zijn bandje. 

Het gebeurde ook wel dat wij zelf een fout maakten en een verkeerd bandje startten. We waren geen heiligen natuurlijk. Soms merkten we dat meteen op, soms werden we gebeld door Valain.

Steven, ik hoop dat je vraag hiermee afdoende beantwoord werd. Zo niet, geef dan maar een seintje. En nu ga ik eten, ’t zijn blinde vinken. Straks misschien nog een verslagje over vanmiddag bij Forest.

Heeft Arabella echt bestaan?

Ik zal eens een vraag beantwoorden die mij in de loop der jaren al ettelijke keren gesteld is. Allicht zal het antwoord op deze vraag sommige Maeva-fans ongelooflijk teleurstellen, maar de waarheid heeft haar rechten, vrienden. De vraag in kwestie is deze: heeft Arabella echt bestaan? En het antwoord luidt: nee, natuurlijk heeft Arabella nooit bestaan.

Arabella was een verzinsel, een onnozel ideetje dat zoals zo veel andere dingen bij Maeva spontaan ontstond en een eigen succesvol leven ging leiden. Ik kreeg op een dag in het najaar van 1981 een cadeautje van iemand (een luisteraar of een medewerker, ik weet het ècht niet meer – help me als jij het wel nog weet) en dat cadeautje bleek een plastieken beestje te zijn dat op een vogel leek. Het ding had een bek en pluimen, dus het moest wel een vogel zijn. Het had een touwtje aan z’n kop zodat je het aan het plafond kon ophangen. En wonder boven wonder: er zat ook een knopje aan waarmee je het geluid kon aanzetten. Het beest maakte met tussenpozen van pakweg tien seconden een tsjilpend geluid. Het ging zo van tsjieeeeeep tsjip tsjip tsjip tsjieeeeeeeep.

Zo’n prul was voor mij een geschenk uit de hemel natuurlijk. Elke ochtend ging ik ermee aan de slag in Wekkerwacht. Af en toe zette ik het knopje aan zodat het beest een tijdje begon te kwetteren, en in de stille tussentijd gaf ik commentaar. Ik vertaalde zogezegd wat de vogel zei en converseerde er een tijdje mee. Het duurde niet zo lang voor de vogel een eigen hoekje kreeg in het programma en elke dag zijn rolletje kwam spelen. Enfin, het was een soort van Samson avant la lettre. Ook Arie van Loon die een niet onbelangrijke rol speelde in Wekkerwacht, deed zijn duit in het zakje. Zo zaten wij, twee volwassen mensen, elke dag te converseren met een plastieken beest.

En het had verdorie nog succes ook, en niet zo’n beetje. De tape-medewerkers begonnen na een paar weken ook te praten over Arabella zoals ik haar genoemd had, uiteraard naar de papegaai uit Johan en de Alverman. Grappig was wel dat Edu De Groot het in zijn programma nog heel lang over Annabella had. 

In de maanden daarna zou Arabella zo’n succes worden bij de luisteraars dat de leiding van het station er wel brood in zag. De Arabella-sticker kwam op de markt en het beestje werd het officieuze logo van Maeva. In 1982 organiseerden we De Fleurige Nationale Vogeldag, zogezegd ter gelegenheid van de verjaardag van Arabella. Arie schreef het levensverhaal van Arabella en die dag kwamen er echt honderden verjaardagskaartjes binnen van luisteraars. Voor een plastieken beest hé, vergeet dat niet.

Maar Ben, hoor ik sommige cleveren onder u al vragen, in de Oktoberhallen van Wieze hebben we toch een echte papegaai gezien op het podium?
Ja inderdaad, Arie en ik kwamen het podium op met een echte papegaai in een vogelkooi. Maar we konden daar moeilijk met dat oranje plastieken beest op komen draven, of wel? Dus die vogel hadden we nog nooit daarvoor gezien, die kwam volgens mij uit een dierenwinkel.

Voorstelling van Arabella in Wieze (1982)

Arabella heeft de tijd overigens niet doorstaan, en daarmee bedoel ik het fantasiefiguurtje en niet het plastieken beest. Na de Vogeldag hebben Arie en ik haar laten vertrekken naar Zuid-Amerika of zo en nog later kregen we bericht dat ze daar jammerlijk was komen te gaan

P.S. Het oranje plastieken beest in kwestie heb ik ooit meegenomen naar huis, maar het is later zoek geraakt. Of gepikt en duur verkocht op de zwarte markt, dat kan ook. Wie het beestje vindt, mag contact met me opnemen.

Een luchtige vertelling tussendoor

Arie van Loon - Ukkel

Waar zal ik het nu eens over hebben?
Wel ja, de anekdote van Arie en de Zes Telefoons misschien, ik heb wel zin in iets luchtigs. 

Het jaar was 1981 en het liep tegen het eind. Ik woonde al sinds 24 mei van dat jaar in de Sterrewachtlaan in Ukkel. Ron Vandeplas, mijn Hollandse collega, die samen met mij op Maeva begonnen was, werkte inmiddels bij de concurrentie (Radio Seven. Doe me er aan denken dat ik daar ook nog een mooie anekdote over heb) en in zijn plaats was Arie van Loon gekomen. Later meer over zijn eerste dagen, en over de interim-bewoners Bert De Groef en Peter Hoogland waar ik een paar weken mee samenwoonde.

Arie van Loon en ik

Arie en ik, we zaten daar redelijk fijn en veilig op ons dakappartementje in Ukkel, precies zoals Patrick Valain het gewild had. Maeva moest een verderzetting zijn van Mi Amigo. Een zeezender, maar dan aan land. Wekelijks kregen we een lading cassettes met de programma’s voor de volgende week. We moesten elk uur een bandje starten, nieuwslezen en zelf ook programma doen. Voor de rest zagen we bijna nooit iemand, al begonnen we tegen die tijd al aardig wat post te krijgen, een vuilniszak vol ongeveer. Ik spreek over per week hé.

We babbelden veel, deden actief mee in elkaars programma (Arie iets meer ’s morgens dan ik ’s middags), keken TV, en gingen af en toe eens op pad met Kabouter Rondbuik. Contact met de buitenwereld was er eigenlijk niet, GSM’s moesten nog bedacht worden, internet zat nog in de baarmoeder en een vaste telefoon kregen we niet van Valain. Als we al eens wilden bellen met het thuisfront, moest dat vanuit de telefooncel die 50 meter van het gebouw stond. Wel eerst een stuk of zes verdiepingen naar beneden natuurlijk.

Soit, geen van beiden vonden we dat erg, en vooral Arie bleek een gloeiende hekel te hebben aan het gerinkel van een telefoon. Dat verbeterde er zeker niet op toen we plots wèl een telefoon kregen. Ze waren het waarschijnlijk beu dat ik me zo af en toe eens versliep zodat de zender ’s morgens zonder muziek zat. Al sinds het begin in mei hadden de bazen een toerbeurt om ’s morgens om 6 uur te luisteren of ik er wel was. Zo niet, dan moest de baas van dienst in zijn auto springen en naar Ukkel crossen. Ik was zo al gewekt door Peter Hoogland, door Willy De Geest en door Valain zelf. 

Met die telefoon werden we een stuk bereikbaarder. Uiteraard was dat een geheim nummer dat we zeker niet op de radio mochten doorgeven want Maeva moest een soort zendschip aan land blijven. Na de eerste inbeslagnames en de daaropvolgende nooduitzendingen en alle acties daarrond, besloten we samen met Patrick om het nummer toch op de radio te geven. Vanaf dan stond die telefoon nooit meer stil, hij rinkelde dag en nacht. Arie werd daar zot van.

Patrick besloot na een paar weken om dat ene nummer uit te breiden met vijf andere nummers zodat we tenminste ook bereikbaar zouden zijn voor de organisatie. Het mooie was nu dat Arie een paar dagen met vakantie was toen die beslissing viel en hij was er nog steeds niet toen de lijnen geplaatst werden. Op den RTT moeten wel een paar zware Maeva-fans gezeten hebben want het ging razendsnel. Omdat Arie dus helemaal van niks wist, rijpte bij mij een snood plan. 

Ik had daarvoor wel de hulp nodig van zes medewerkers. Wat ik in gedachten had, was het volgende: ik zou Arie zoals gewoonlijk na zijn terugkomst op het appartement hartelijk begroeten en dan melden dat er minder goed nieuws was. Dat er in plaats van één telefoontoestel nu plots ZES van die door ons zo verfoeide dingen waren geplaatst. Die zes toestellen stonden allemaal netjes naast elkaar op een tafel. Vervolgens was mijn plan dat één van de toestellen zou rinkelen, ik zou opnemen en het moest dan een gesprek voor Arie zijn. Terwijl hij nog aan die eerste lijn hing, moest de tweede beginnen rinkelen. Ik zou dan zeer discreet verdwenen zijn zodat Arie ook die lijn zou moeten opnemen. En dan de derde en de vierde enzovoort. Hihi, ik zag het zo voor me. Arme Arie. Pas terug van vakantie en al meteen prijs. Natuurlijk moesten de toestellen netjes op volgorde beginnen rinkelen met tussenpozen van een halve minuut of zo. Het was dus belangrijk dat mijn medeplichtigen precies wisten wanneer het hun beurt was. Geen probleem, bedacht ik. We hadden daarvoor een uitstekend middel: de radio. Dus ik sprak met een aantal mensen af dat ik, zodra Arie in huis was, naar de studio zou gaan, de microfoon open zou zetten en midden in het lopende programma ‘test drie twee één test‘ zou zeggen. De eerste moest dan meteen bellen. De tweede een minuut na die mededeling, de derde twee minuten later en zo. 

Ja, ik weet het: ’t is een hele uitleg, maar wie hem niet wou lezen, had hem kunnen overslaan. En daarbij, na al die jaren moet ik nog altijd grijnzen als ik aan Arie’s gezicht terugdenk, dus ik gun mezelf ook nu weer dat plezier.

It worked like a charm, ken je die uitspraak? Welnu, zo was het ook. Het verliep precies zoals ik het gepland had. Ik weet nog dat de medeplichtigen uitstekend werk leverden. Ze moeten met beide oren aan de radio gekluisterd gezeten hebben (ze wisten natuurlijk al wanneer Arie ongeveer zou arriveren), want na mijn mededeling op de radio rinkelde de eerste telefoon. Arie’s gekwelde gezicht was goud waard. De ene na de andere telefoon begon te rinkelen, en ik zorgde er wel voor dat ik zelf onzichtbaar kon toekijken. Woeha. Ik heb er nog altijd geen idee van wàt er precies op elke lijn gezegd werd maar Arie trapte er volledig in. Ik hoorde hem de hele tijd sorry, ik heb nog een andere lijn zeggen en jezus wat krijgen we nou en dat soort dingen. Hij had nog niet eens zijn jas uit. Ik moet er bijzeggen dat het nog echt om van die ouwe toestellen ging hé, die dus rinkelden met zo’n doordringende bel en ik had die allemaal keihard gezet. 

Voor iedereen mij nu gaat beschuldigen van intense slechtheid: Arie had echt wel een gezond gevoel voor humor, en achteraf hebben we er samen nog zwaar en vaak om gelachen. 

Ik moet overigens nog mijn medeplichtigen bedanken die toen – ook met gevoel voor humor – hebben meegewerkt. 
Willy, Peter, Magda, Rudy, Patsy en Patrick: nog hartelijk dank, mannen!